Dinsdag 05-03-2019, 11.45 u.
Voorleeskoffie.
Om het oppasgevoel een beetje vast te houden, heb ik wat wetenswaardigheden van vorige week maandag, bewaard voor later. De kleine kapitein is gisteren niet bij Opa geweest omdat hij lekker, een lang weekend weg was. Hoe vermoeiend het af en toe ook kan zijn, als Guus er niet is, mis ik hem enorm, denk ik zijn heldere stemmetje af en toe te horen en doe ik dingen, die me aan hem laten denken.
Vorige week begon zoals ik gewend ben met Guus zittend op het aanrecht, druk kletsend over alles wat hij ziet. Ondanks het vroege tijdstip was hij scherp en meldde hij dat er een extra “Pietje” in het raamkozijn stond. Sinds jaar en dag staan er bij mij in het raamkozijn van de keuken, 2 kleine kunststof Zwarte Pieten. Vier centimeter hoog en fel gekleurd. Zondagavond kreeg ik van mijn lief een 3e Piet, die zij thuis gevonden had en in mijn verzameling vond passen. Nog geen half uur binnen, had Guus de Piet al geschoten, maakte er melding van en wilde er mee spelen. Nou wilde Guus vorige week wel heel erg veel en maakte dat nogal dwingend duidelijk. Jammer Guus, ikke baas!
Na het ontbijt, zo had de kleine kapitein besloten, wilde hij tv kijken maar helaas wilde Opa daar niet in mee gaan en hij was zwaar beledigd. Ik vertelde hem, dat we eerst Boaz uit zouden gaan laten en dan, na de koffie, voorlezen uit Disney’s Frozen, waar hij al eerder om had “verzocht”. Hij had duidelijk geen zin in de wandeling en had bedacht dat hij wel thuis kon blijven op de bank……voor de tv! Helaas, ook deze keer kreeg hij niet zijn zin.
Ik wilde dit tactisch aanpakken door de pikorde aan de kaak te stellen en vroeg hem wie er thuis de baas was. Zonder aarzeling knalde hij er “Mama!” uit en blijkbaar schrok hij daar zelf van want onmiddellijk volgde er een beduidend voorzichtiger “…en Papa!” Mijn gezag lag echter al aan bonken omdat ik mijn lachen niet in kon houden maar ik probeerde toch wat herstelwerkzaamheden te verrichten. Op mijn vraag wat er gebeurd als hij thuis iets wil en dat niet mag, zei hij dat hij dan boos werd! Mijn punt was gemaakt en hij begreep dat zeuren en thuisblijven niet geaccepteerd werd. Mokkend ging hij mee maar zodra hij buiten kwam, was zijn humeur zo zonnig als het weer en dat was schitterend.
Eenmaal thuis, was hij nog niet vergeten, dat na de koffie, zou worden voorgelezen uit zijn favoriete boek. Toen Guus vroeg of mijn koffie nog heet was, had er een lampje moeten gaan branden maar ik antwoordde, dat de koffie nog een beetje warm was en niet heet. Toen ik terugkwam aan de tafel zag ik tot mijn stomme verbazing dat er slechts 1 slok koffie restte, van mijn meer als halfvolle mok. Twee grote, heldere ogen en een koffiesnor met glimlach keken mij heel onschuldig aan en word dan maar eens “boos”. Heel bewust heb ik deze “move” genegeerd en ben ik nieuwe koffie gaan halen. Zijn opmerking dat de koffie op was en dat we zouden lezen, heb ik gewoon geparkeerd en hij was niet eens verbaasd. Mogelijk komen dit soort streken in de toekomst als een boemerang terug en moet ik het bezuren maar deze ronde had ik op punten “gewonnen”.
Toen om 10 uur, het voorlezen er op zat en mijnheer opnieuw tv wilde kijken, heb ik de oude gereedschapskist van zijn vader boven water getoverd en zijn we lekker naar buiten gegaan. Eerst had ik nog angst om hem met de hamer aan de gang te laten gaan, evengoed als het ruwe hout maar hij is tot de lunch heerlijk bezig geweest en ik heb hem nauwelijks gehoord. Op zeker moment begon hij plots luidkeels te brullen en kwam hij op me af rennen. Ik begreep absoluut niet wat er aan de hand was maar hij vertelde, dat hij was geschrokken. De buurman wist te vertellen dat er een vogel rakelings over zijn hoofd was gevlogen, rechtstreek de bijkeuken in. Terwijl ik met Guus op mijn arm naar binnen wilde lopen, hoorde ik geklapper van vleugels en kwam er een houtsnip op ooghoogte, uit mijn bijkeuken fladderen. De schrik zat er goed in maar kon de timmerpret niet drukken.
Bij mijn melding dat het tijd was voor de boterhammen en zijn tukkie, schudde ik blijkbaar een idee wakker, dat al vroeg op de morgen was ontstaan. Hij was boos dat hij geen tv had mogen kijken en van mijn opmerking, dat hij daar aan moest wennen met het mooie weer, lieten zijn ogen vuur schieten. Terwijl ik boterhammen smeerde, zocht hij troost bij Boaz en deed zijn beklag over Opa. Om zijn klachten te bevestigen, likte Boaz de kleine kapitein, dapper door zijn gezicht en keek hem meewarig aan.
Het zal niet vreemd klinken dat onze kleine kapitein, een heel klein tukkie deed van een uur of één tot een uur of vier. Toen ik om een uur of half zes aan het eten begon, heb ik de tv maar aangezet, dan weet ik zeker dat ik relatief rustig eten kan koken.
