Dinsdag, 27-03-2018, 11.40 u.
Babylonische
spraakverwarring.
Gisteren was het
weer maandag dus “Op(p)a(s)-dag”. Guus stapte om een uurtje of half acht binnen
en was niet helemaal in zijn normale doen. Tuurlijk, hij meldde uiterst
vriendelijk dat hij er weer was en dat hij van plan was om “effies” te blijven.
Boaz was net als Opa, blij om de kleine man te zien en te horen want Guus zijn
geklets, is altijd een verademing in de stilte van de maandagmorgen.
“Opa, ik heb
weer koude handjes!”: klonk het vanuit de hal en daarmee had hij niets te veel gezegd.
Maar alles leek net even anders vandaag. Deze maandag was Guus een beetje stil
en gedroeg zich anders dan ik van hem gewend ben. Toen Mams vertrok na een kom
thee, bleef hij heel stil bij me zitten en voelde warm. Niet dat hij koorts had
maar zijn voorhoofd wekte de indruk een klein kacheltje te zijn. Dit in
tegenstelling tot de ijsklompjes die zijn handjes waren.
Na een paar
ijzig stille minuten, ontdooide gelukkig het stemmetje waar ik zo van hou en
vertelde Guus over zijn belevenissen van de laatste dagen. Die gebeurtenissen
stopten plotseling toen mijn kleine kapitein zich bedacht dat hij wel een
boterham zou lusten en mogelijk zelfs twee! De vraag wat er op die boterham
moet is eigenlijk overbodig want kokospasta is al geruime tijd zijn favoriete
beleg. Tijdens het stellen van de “ontbijteisen”, bleef mijn kroelkevertje,
heel stil tegen mij aan hangen en hield een vinger omhoog. De vinger van Opa
deed hem aan zijn eigen vinger denken, toen Opa zijn bloedsuikers moest controleren.
“Ga jij meten?”: vroeg Guus en na de bevestiging vroeg hij nog of het pijn deed.
Zijn vinger, zo vertelde hij mij, had tussen de jas van zijn rits gezeten en dat
had wel pijn gedaan. Dat het een serieuze verwonding veroorzaakt had, leek
bijzaak want of het nou de wijsvinger van zijn rechtse of van zijn linkse hand
was geweest, wist de kleine kapitein niet exact meer….
Boaz wist het
blijkbaar wel want die startte een lik-sessie aan de gekwetste hand, die zijn
weerga niet kende en volgens Guus, gaf Boaz een kusje op zijn “zere” vinger
waardoor de pijn zou verdwijnen. Ik heb inmiddels geleerd om niet tegen deze
logica in te gaan maar het bijzonder serieus te nemen en er in mee te gaan. Als
dank kreeg Boaz, later deze morgen, het kontje van Guus zijn banaan omdat hij
zo lief was. Tja, je zal maar met je vinger tussen de jas van je rits, komen te
zitten…!
Overigens geloof
ik graag dat Boaz, Guus lief vindt want die liefde levert Boaz nogal eens wat
op! Guus weet nl dat hij bij Opa zijn bordje leeg dient te eten als hij eisen
heeft gesteld echter als dit niet lukt, is Boaz altijd bereid om een “handje”
te helpen. Als ik me op dergelijke momenten omdraai naar deze “brothers in arms”,
kijken twee paar ogen mij aan die mij nopen om me om te draaien en niet te hard
te lachen.












