dinsdag 27 maart 2018


Dinsdag, 27-03-2018, 11.40 u.


Babylonische spraakverwarring.



Gisteren was het weer maandag dus “Op(p)a(s)-dag”. Guus stapte om een uurtje of half acht binnen en was niet helemaal in zijn normale doen. Tuurlijk, hij meldde uiterst vriendelijk dat hij er weer was en dat hij van plan was om “effies” te blijven. Boaz was net als Opa, blij om de kleine man te zien en te horen want Guus zijn geklets, is altijd een verademing in de stilte van de maandagmorgen.

“Opa, ik heb weer koude handjes!”: klonk het vanuit de hal en daarmee had hij niets te veel gezegd. Maar alles leek net even anders vandaag. Deze maandag was Guus een beetje stil en gedroeg zich anders dan ik van hem gewend ben. Toen Mams vertrok na een kom thee, bleef hij heel stil bij me zitten en voelde warm. Niet dat hij koorts had maar zijn voorhoofd wekte de indruk een klein kacheltje te zijn. Dit in tegenstelling tot de ijsklompjes die zijn handjes waren.

Na een paar ijzig stille minuten, ontdooide gelukkig het stemmetje waar ik zo van hou en vertelde Guus over zijn belevenissen van de laatste dagen. Die gebeurtenissen stopten plotseling toen mijn kleine kapitein zich bedacht dat hij wel een boterham zou lusten en mogelijk zelfs twee! De vraag wat er op die boterham moet is eigenlijk overbodig want kokospasta is al geruime tijd zijn favoriete beleg. Tijdens het stellen van de “ontbijteisen”, bleef mijn kroelkevertje, heel stil tegen mij aan hangen en hield een vinger omhoog. De vinger van Opa deed hem aan zijn eigen vinger denken, toen Opa zijn bloedsuikers moest controleren. “Ga jij meten?”: vroeg Guus en na de bevestiging vroeg hij nog of het pijn deed. Zijn vinger, zo vertelde hij mij, had tussen de jas van zijn rits gezeten en dat had wel pijn gedaan. Dat het een serieuze verwonding veroorzaakt had, leek bijzaak want of het nou de wijsvinger van zijn rechtse of van zijn linkse hand was geweest, wist de kleine kapitein niet exact meer….

Boaz wist het blijkbaar wel want die startte een lik-sessie aan de gekwetste hand, die zijn weerga niet kende en volgens Guus, gaf Boaz een kusje op zijn “zere” vinger waardoor de pijn zou verdwijnen. Ik heb inmiddels geleerd om niet tegen deze logica in te gaan maar het bijzonder serieus te nemen en er in mee te gaan. Als dank kreeg Boaz, later deze morgen, het kontje van Guus zijn banaan omdat hij zo lief was. Tja, je zal maar met je vinger tussen de jas van je rits, komen te zitten…!

Overigens geloof ik graag dat Boaz, Guus lief vindt want die liefde levert Boaz nogal eens wat op! Guus weet nl dat hij bij Opa zijn bordje leeg dient te eten als hij eisen heeft gesteld echter als dit niet lukt, is Boaz altijd bereid om een “handje” te helpen. Als ik me op dergelijke momenten omdraai naar deze “brothers in arms”, kijken twee paar ogen mij aan die mij nopen om me om te draaien en niet te hard te lachen.



vrijdag 23 maart 2018


Vrijdag, 23-03-2018, 11.15 u.

Beestje, ben je ziek?

In mijn fysieke dagboek (zeg je dat zo?) zag ik zojuist, dat de laatste nieuwtjes van 28 november dateren. Bijna 4 maanden bleef het stil aan het “schrijffront”, de pen lijkt nauwelijks beroerd in de tussenliggende tijd. Niets is minder waar echter het meest werd toevertrouwd aan dit medium, de computer.

De computer zorgt ervoor dat je de woorden sneller kwijt kunt en je ideeën niet kwijt kunt raken omdat je nog driftig aan het schrijven bent over een eerder moment. En ondanks het gehanteerde “tweevingersysteem”, waar ik in 1979 bijna om geslacht werd, ben ik redelijk vlot. Oefening baart kunst, is in dit geval zeker op zijn plaats. Misschien had ik moeten overwegen om steno te leren en op die manier te zorgen dat mijn pen net zo snel kon zijn als mijn gedachten en andere creatieve uitspattingen die “woordverwant” zijn.

Het is mijn makke. Op het moment dat ik aan de uitwerking van een idee begin, wordt er alweer een nieuw idee geboren en gaat alles door elkaar lopen. Daardoor blijven er nogal eens niet afgemaakte, creatieve halfwassen, liggen. Vermoedelijk komen ze nooit in een eindfase maar afstand nemen en weggooien, gaat me weer veel te ver, het idee zit namelijk nog verankerd in mijn hoofd. Mijn fantasie is best wel rijk maar de uitvoering laat nogal eens wat te wensen over. Zei ik fantasie?

Al dagen zie ik aan de overkant van het water waar ik aan woon, in de uitloper van het park, een meeuw in het gras zitten. Zodra er een hond of wandelaars aankomen, verdwijnt ze. Ik zie de meeuw niet wegvliegen of wegkruipen maar als de rust is weergekeerd, zoekt ze de beschutting van de over of de luwte van een boom.

Omdat het al een dag of 4-5 duurt, heb ik de opvatting dat het beest ziek is en mogelijk wacht op de laatste ademtocht. Dit is echter een aanname die ik baseer op het onnatuurlijke gedrag van de meeuw, waar ik een conclusie aan verbind die mogelijk, de plank helemaal mis mept. Mocht ik echter gelijk hebben, vraag ik me af waarom het dier zich niet overgeeft aan de grillen van Moedertje Natuur en in alle rust gaat hemelen. Ach, waarom zou de meeuw? Wij mensen blijven ook vechten tegen het onvermijdelijke en onze nazaten vermelden in een advertentie, dat na een ongelijke strijd een geliefde, is heengegaan.

Voor een naaste, waarschuwen we een arts en die laten we een (hopelijk) deskundige blik werpen. Niet te hard want dan haalt de patiënt, de avond niet eens maar een blik die mogelijk verlossing van de pijn of de klachten kan opleveren. Echter wat doen we met “mijn” meeuw? Als fan van Guust Flater, die eveneens een meeuw als huisdier had met de illustere naam “meeuwtje”, moet ik misschien wel iets voor het diertje doen. Het beestje loopt ook niet gewoon maar het “hompelt” wat ongelukkig door het gras.

De overweging om de dierenambulance te bellen komt in mij op maar de beelden van de sterreclame van de Stichting Dierenlot, weerhouden mij. Zwaar overtrokken beelden met onjuiste commentaren, raken bij mij geen gevoelige snaar, alle echte dierenliefhebbers ten spijt. Maar het gezicht van de reclame, haalde ooit bij mij ten kantore, jaarlijks zijn nieuwe jachtakte en nu is hij plotseling weldoener voor aangereden vossen en reekalfweesjes. Het lijkt de politiek wel, oftewel liegen en bedriegen.

Terug naar “mijn” meeuw. Indien ik een geschikt wapen had gehad, had ik de meeuw uit zijn lijden kunnen verlossen maar ten eerste beschik alleen over een puddingbuks en daar sla ik nog geen muis mee hemelen. Ten tweede zou de hele buurt over mij heen rollen, bij een dergelijk "onmenselijke” daad terwijl men het vreselijk vindt wat er in de Oostvaarderplassen gebeurd. Dilemma’s te over, zullen we maar zeggen maar wat nu?

Ik ben er, denk ik, wel uit. Ik zal een kaarsje branden en wat prevelementjes “ins blaue hineinschicken”, zodat hulp van boven, de meeuw zijn pijn zal verzachten of het dier behulpzaam is,  bij een veilige oversteek naar het hiernamaals. Meeuwtje, het ga je goed!




woensdag 21 maart 2018


Woensdag, 21-03-2018, 14.05 u.

Verlovingsfeestje.

De rust, dat er goed voor Pa Piet gezorgd wordt, is relatief omdat er zoveel andere zaken zijn die nu geregeld moeten worden. Het feit dat hij het zelf allemaal niet meer goed weet, maakt het niet gemakkelijker.

Zo heb ik gisteren een aantal dozen en tassen meegenomen om uit te zoeken. Het loopt uiteen van de hobby-spulletjes van Mama tot passers, schuifmaten en andere tekenmaterialen van Pa. En hoe zwaar het af en toe ook is, alles moet worden nagekeken, zo hebben we inmiddels ontdekt. Dus worden de dozen leeg gemaakt op tafel met een prullenbak ernaast en een mandje voor alle “oh ’s, ah ’s en ach jee’s”. Dat laatste mandje, is overigens als eerste vol.

Zo kom ik een plastic show-tas tegen met daarin een verkleurd stuk pakpapier, vermoedelijk van een gedateerd “moment in time”. Als ik het pakje voorzichtig open, blijken er enveloppen in te zitten met een watermerk, ongebruikt wel te verstaan! De enveloppen doen mij denken, aan de envelopjes van mijn geboortekaartje en mijn wenkbrauwen, beginnen zich voorzichtig op te trekken. Bij het openen van de enveloppen blijken er trouwkaarten van Papa en Mama in te zitten. Voor mij zijn ze echter hagelnieuw want ik kende ze niet. In de kaart staat een watermerk met een naam en een nummer c.q. jaartal 1898. Het watermerk maakt het net even chiquer en ik begin te lezen “…mede namens wederzijdse ouders…”! Wat nou, Pa was 24 toen hij trouwde maar moest op de avond voor zijn trouwen, om 23.00 uur thuis zijn!

Maand en jaartal waren blijkbaar zeker want december en 1959 staan gedrukt echter op de datum staan alleen puntjes. De meeste mensen vinden dit vermoedelijk erg raar anno 2018 maar ik ken de reden en dat maakt het weer romantisch. Mijn vader zat op de grote vaart en hoopte op tijd voor zijn eigen trouwerij weer thuis te zijn. In 1959 was de scheepvaart alles behalve zeker, vertrek was aardig te plannen maar de thuiskomst bleef tot het eind onzeker, door allerlei externe factoren. Zo ook bij Pa en mijn moeder had dus afspraken gemaakt die tot het laatst toe gewijzigd konden worden als Pa Piet niet op tijd zou zijn. Gelukkig kwam het allemaal goed en konden ze op 11 december 1959 in een ander bootje stappen, nl het huwelijksbootje. De term D.V. oftewel Deo Volente (als God het wil) was in dit geval bijzonder op zijn plaats.

Telkens kom ik dingen tegen waar een verhaal aan vast zit en die verhalen nemen mij mee, in het leven van mijn ouders en hun naaste familie en vrienden. Een kartonnen doosje van het sigarenmerk Agio, bevat een klein doosje van een juwelier. Als ik het doosje open, komen er medailles uit, die Pa Piet heeft gewonnen bij zwemwedstrijden. Tja, van winnend atleet naar “kreupele”, in meerdere opzichten, hulpverlener tijdens de watersnood van 1953. Het past in één zin maar er zitten werelden van ellende tussen, zowel fysiek als mentaal.

In een blikken sigarettendoosje, kom ik een handjevol robijnkleurige steentjes tegen en ik weet niet wat het is maar daaronder ligt een eenvoudige, gladde ring. Ik ken de ring en ga op zoek naar de inscripties want die moeten er in staan. “Teuna” lees ik en vervolgens “21-03-1959” en dat laatste moet dus de verlovingsdatum zijn. Deksels! 21-03 is vandaag!

Dit betekend dus dat vandaag 59 jaar geleden mijn vader en moeder zich verloofd hebben! Steeds meer gedeelten van het leven van mijn ouders, ontvouwen zich bij mij op de tafel in de woonkamer en een gevoel van nostalgie bekruipt mij. De inzichten in mijn eigen geschiedenis, worden gaandeweg groter, naarmate de tijd verstrijkt. Heel bijzonder!




dinsdag 13 maart 2018


Maandag,12-03-2018, 16.10 u.

Gepast gekleed?

Afgelopen zaterdag was ik lekker gaan douchen, nadat ik op mijn gemak, wakker was geworden met mijn lief. Bakkie thee, broodje met gebakken ei, spek en kaas en vervolgens een bakkie leut. Dan pas, ben ik klaar voor het “echte” werk en ga ik douchen, het is tenslotte weekend, niet waar?

Het is altijd even kijken wat ik aan doe, na zo’n opfrisbeurt. Aangezien de zon scheen en de weergoden alle schijn wilden wekken dat het voorjaar in de lucht hing, pakte ik een wit T-shirt uit de kast, dat ik al enige tijd niet aan had gehad. Met een diepe zucht constateerde ik, dat het shirt te warm gewassen en gedroogd moest zijn want het zat vrij strak om mijn gestroomlijnde lichaam. Laat maar, voorlopig geen zin om weer wat anders te pakken en om te kleden omdat mijn kleine vriendje zo meteen komt.

Om de Mama van mijn vriendje de handen vrij te geven bij de verbouwing c.q. voorbereidingen van de verhuizing, hebben wij aangeboden om een dag over Guus te waken. Als de voordeurbel gaat, weet ik wie er op de stoep staat. Juist, de kleine kapitein met mams in zijn kielzog. Hij ziet er wat verloren uit en is net als half Nederland, getroffen door een vervelende griep. Arm vriendje!

In de kamer nestelt hij zich bij Oma op schoot, die hij al een poosje niet gezien had. Knuffelen, kusjes uitwisselen en kwebbelen, Guus is binnen en op zijn gemak. Vervolgens werpt de kleine terrorist een blik op Opa en bekijkt hem kritisch op een manier die weinig goeds voorspelt. Je weet dat er iets gaat komen maar wacht rustig af tot het “genadeschot voor Opa’s” wordt verschoten. Net als je denkt, dat het allemaal wel mee lijkt te vallen, knalt Guus zijn opmerking er in. Opa? Ja vent, zeg het eens? Heb jij, met zijn blik op mijn veel te strakke, witte T-shirt, ook een rompertje aan…..? Een witte hè? Moet jij geen T-shirt aan? Ik ben compleet sprakeloos, krijg vervolgens stuiptrekkingen en begin te brullen van de lach, net als mams en Oma.

Uiteraard is Guus zich van geen kwaad bewust en lacht een politiek glimlachje mee met de andere lachers. Geweldig, mijn zaterdag kan zo gek niet meer worden, maar stuk, kan hij in ieder geval, absoluut niet meer!

vrijdag 9 maart 2018


Vrijdag, 09-03-2018, 09.00 u.

Stilte is relatief.

In praktisch opzicht is de rust aan het terugkomen echter van binnen woed nog steeds een storm(pje) in deze jongen. Er is ook zoveel gebeurd, dat het, voor mij in elk geval, nog even te vroeg is om het allemaal echt los te laten en de “gewone draad” weer op te pakken.

Is dat erg? Afgezien van de fysieke ongemakken, die zich etaleren, heb ik de afgelopen weken heel veel geleerd, door alle ervaringen. Het eerste wat opkwam was een positieve gedachte en dat is voor een azijnpisser 1e klas, heel wat. Overal zijn negatieve geluiden te horen, te lezen en op te pikken met betrekking tot de zorg in Nederland en dat er nog heel veel te verbeteren is, kan ik alleen maar bevestigen. Maar…….

De liefde en de zorg waarmee Pa Piet, de afgelopen 2 weken is omringd, bewonder ik enorm. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis, is hij in verzorgingshuis Waerthove, met zoveel aandacht en liefde omringd, dat we hem helemaal op hebben zien fleuren. Het ziekenhuis was niet de juiste plaats voor hem maar een noodzakelijke stap om te komen waar hij nu is. Gelukkig was er in het ziekenhuis een hele lieve nicht, die wat extra bezoekjes aan hem bracht om hem gerust te stellen want in het ziekenhuis was Pa bang, werd hij wantrouwig en liet hij een slechte kant zien. Maar het zal je overkomen, je weet dat er iets mis is met je maar je kunt het niet onder woorden brengen. Je kunt er geen grip op krijgen en je verliest meer en meer de controle op je eigen leven. Het maakt je onzeker, bang en soms boos of vreselijk tegendraads.

Na amper twee weken verzorgingstehuis, is voor mij duidelijk dat hij fysiek veel sterker is geworden omdat er nu wèl op tijd gegeten en voldoende gedronken wordt. Hij heeft weer kleur op zijn gezicht en er branden weer pretlichtjes in zijn ogen. Soms wordt hij even emotioneel en dan moet ik slikken want hij weet donders goed wat er aan de hand is. Terug naar huis om zelfstandig te “opereren” is geen optie meer en tot nu toe schikt hij zich dapper in zijn lot. Chapeau, Pa Piet, dat je jezelf zo snel over kunt geven en eerlijk zegt dat het zo beter is.

De rust van zijn laatste verhuizing, die nog maar drie dagen geleden was, moet nog definitief indalen maar je ziet hem steeds meer opfleuren. Nu moet ik een beetje uitrusten en groot onderhoud laten plegen om nog zo lang mogelijk, van hem te kunnen genieten zoals hij is. Met al zijn gebreken en tekortkomingen, waarvan ik er uiteraard ook een paar heb, gaan we een nieuwe weg in, met het hele gezin, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkind, maken we er een mooie reis van. Waar en wanneer die reis eindigt maakt niet uit omdat het goed is, zoals het is. Pa, tot straks, ik neem wat voor je mee!

woensdag 7 maart 2018


Woensdag, 07-03-2018, 07.15 u.

Het eindstation.

Gisteren heb ik de verhuizing van mijn vader Piet afgerond. Na de koude medische constatering dat er sprake is van dementie en dat hij echt niet meer naar huis kon om zelfstandig te wonen, is er nogal wat gebeurd.

In 2 ½ week tijd is hij van zijn vertrouwde thuis naar het ziekenhuis gegaan. Deze opname heeft hem geen goed gedaan. Van het ene moment op het andere wist hij niet meer waar hij was, waar hij woonde, in welke plaats hij woonde en hij wist echt niet meer, wat er gebeurd was. Vervolgens kwam er een plaatsje vrij op de gesloten crisisopvang, waar hij helemaal opfleurde en het duidelijk naar zijn zin had. Hij was volgens het personeel dan ook knap gepikeerd dat hij er weg moest. Anderzijds zei hij, dat een verhuizing naar zijn nieuwe onderkomen, hem wel wat leek.

Gistermorgen was het zover en om half tien heb ik hem opgehaald, weggerukt uit de omgeving waar hij net begon te wennen. Alle dames die voor hem gezorgd hebben, werden geknuffeld en vervolgens zijn we op pad gegaan. A slow ride along memory lane, together with my old man! Langs plaatsen die in een ver verleden maar ook in het heden een rol spelen of gespeeld hebben. En ik maar sturen en slikken want het nieuwe leven van Pa paste in een aanhangertje waar hij eigenlijk een bulkschip had kunnen vullen. Zijn verhalen zijn voorgoed verloren en zijn laatste stationnetje in dit leven, is bereikt. We stoppen in de polder, vlakbij de molen, die maar een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis ligt, het huis waar hij ook geboren is en zijn ouders, gedurende hun leven samen, altijd hebben gewoond. De emotie over dit alles, lijkt meer met mij te doen dan met Pa, die in het oneindige lijkt te staren. Stoppen bij de Tiendwegse molen om even een zware te draaien en te roken, vindt hij een prima idee. Ik kan het niet nalaten om een foto te maken, het voelt een beetje als “zijn” polder. Ik “ruk” hem uit het moment en we gaan verder, er wordt op ons gewacht.

Hij wordt liefdevol en warm ontvangen in de kamer die ik met zijn kleinkinderen heb ingericht, met zijn eigen spulletjes. Het is nog niet compleet en doorlopend heb ik invallen. O ja, dit kan daar of, leuk hij heeft nog….en dat hoort er ook bij! Pa ploft neer op zijn eigen stoel, met zijn eigen kussentje, aan zijn eigen tafel met het tafelkleed van Ma er op…..

Af en toe staat hij op om in zijn nieuwe onderkomen, op onderzoek te gaan. Hij vertelt honderd uit en is de charmeur van weleer. De dames lijken hem gerust te stellen en een vertrouwd gevoel te geven, hij is natuurlijk niet de eerste die binnenkomt met deze verschijnselen. Opnieuw wordt het hemd van mijn reet gevraagd als Pa meegenomen is naar de huiskamer om kennis te maken met de overige bewoners. Ook de arts, die werkzaam is op deze locatie, neemt uitgebreid de tijd voor alle informatie m.b.t. zijn medicatie, zijn beperkingen en andere ongemakken. Ik krijg er een goed gevoel bij en dat geeft rust.

Een periodiek onderhoud bij de kapper wordt geregeld evenals zijn voetverzorging. Terwijl ik dit bespreek, bedenk ik mij plotseling dat zijn huisarts, de nodige familie en andere instanties, ook nog op de hoogte gebracht moeten worden van zijn verhuizing, naar een verzorgingstehuis. Gelukkig heeft één van de dames van het personeel in de gaten, dat het niet helemaal goed gaat als ik in gesprek ben met de dokter. Mijn bloedsuikers zijn naar een bedenkelijk niveau gedaald en er wordt brood met een gebakken ei voor mij verzorgd.

We proberen hem in bed te kletsen omdat hij erg moe is van alle belevenissen maar hij wil niet, althans niet voor een half uurtje want dat is veel te kort. Als Pa naar buiten gaat voor het roken van een “zware”, vergezel ik hem. Het is aangenaam buiten en hij verteld zoals hij altijd heeft verteld, breedvoerig, met wisselende intonatie en zijn hele lichaam praat mee. Dit geeft een goed gevoel en ik kan vrede hebben met dit “eindstation”.

Als ik naar huis rij, valt de stilte al over me heen. De zorg voor hem was zo veelvuldig, zo intens en emotioneel, dat ik niet goed weet wat ik moet gaan doen als ik thuiskom in de stilte. Mijn plan om naar bed te gaan om bij te tanken, laat ik vrij snel los. Eerst koffie met wat lekkers er bij en dan rustig aan het eten beginnen. Stamppot zuurkool met spek en worst, op de manier van Ma.

Ma, wij hebben ons best gedaan, stuur een kaartje vanaf wolkje 21, om te laten weten of we goed hebben gedaan…..

zondag 4 maart 2018

De nood was hoog!

Als je als kind weet, dat er iets goed mis is met je naaste familie maar dat nog niet onderkend wordt door de medici, kom je voor situaties te staan zoals hieronder. Het stuk is niet bedoeld om na te trappen, mensen c.q. organisaties zwarte te maken of anderszins te sneren. Het is een kale constatering van feiten, verpakt in mijn persoonlijke belevenissen.


Donderdag, 01-02-2018, 21.00 u.

De nood was hoog!
Op woensdagmorgen om half 10 krijg ik een noodoproep, “Ik zit verstopt”. Duidelijke taal van een bekende stem en ik vraag of er al een dokter is gebeld. Ja dus, dat is inderdaad gebeurd volgens senior maar verder komt er weinig zinnige informatie uit. Hij kan me niet vertellen of de thuiszorg al is geweest en evenmin of hij zijn broodnodige laxeermiddelen al heeft genomen.
Ik besluit om niet naar de vergadering van de Historische Vereniging te gaan maar prioriteiten te stellen en senior te gaan assisteren. Hij lijkt me serieus nodig te hebben dus ga ik zijn verhaal maar eens aanhoren.
Hij vertelt dat de huisarts na haar spreekuur zal komen althans dat heeft hij zo begrepen. Gegeten heeft hij nog niet en dat wil hij ook niet, geen denken aan! Als de pijn in zijn darmen een beetje is gezakt, stuur ik hem onder de douche met de mededeling dat ik blijf zitten, zodat de dokter niet voor een gesloten deur staat. Om 12 uur is hij spik en span. Ik ga naar huis en als ik een half uurtje op de bank wil pikken, word ik achtereenvolgens gebeld door de assistente van de huisarts en een uiterst vriendelijke dame van het Rivas. Zo zal er door de apotheek een klysma bezorgd worden en dat wordt vanavond of morgenochtend door de thuiszorg “gezet”. Opdracht van de huisarts aldus de thuiszorg.
Echter als ik later met senior bel, is er nog geen huisarts geweest maar hij wacht het wel af. Ik dus ook en tussentijds krijg ik bericht van Vodafone dat mijn belminuten nagenoeg opgebruikt zijn en dat is me nog nooit gebeurd. Ik mag dus constateren dat ik het er serieus druk mee heb! Voorlopig laat ik het even rusten, het is mooi geweest voor vandaag. Nog even naar de Koperen Knop voor een preview van een expositie en daarna naar schilderles in Gorinchem. De dag is alweer om en ik weet niet eens dat hij al is begonnen.
Het is inmiddels donderdag en omdat boodschappen doen, gisteren enigszins mislukt is, wil ik dat gaan doen als mijn eigen hulp weg is en mijn lunch genuttigd. Voor die tijd heeft senior alweer gebeld dat hij dat klysma moet gaan krijgen (goed onthouden Pa!) maar dat hij geen wc-papier meer heeft. Ondanks de eigenlijk best verdrietige situatie, moet ik bijna in mijn broek pissen van de lach. Pa op de pot, met veel aandrang en bijbehorende shit en vervolgens een onnozele blik van “Potdomme, het wc-papier is op….!”. Veeg mij maar bij!
Om één uur ga ik naar hem toe met een rol closetpapier en met het doel, zijn boodschappenlijstje te halen. Gewapend met de voordeelkrant van Hoogvliet, kijk ik wat er allemaal nog meer nodig is buiten de zaken die hij al genoteerd heeft. Als we halverwege zijn komt een praktijk-ondersteunster uit de praktijk van de huisarts. Zij zit bijna een uur met pa en mij aan tafel en constateert dat de thuiszorg vermoedelijk in gebreke is gebleven. Ze onderneemt actie, luistert naar mijn verhaal en dat van Pa en trekt haar conclusies. Arme thuiszorg!
Plotseling vraagt ze aan mij of ik het allemaal kan behappen en ik pareer in de “van Bennekum-stijl”. Wil je een eerlijk antwoord of een politiek antwoord, is mijn reactie. Even moet ik slikken want het doet pijn om toe te geven dat het soms, over het randje is. Ik geef aan dat het voor mijn broer en mij behoorlijk veeleisend is en dat ik, er in ieder geval last van begin te krijgen. Ze begrijpt dat het allemaal wel wat veel is maar dat we dat liever niet toe willen geven. Ik zie dat deze vraag en het antwoord, iets doen met Pa maar dat zal hij misschien snel weer kwijt zijn. De praktijk-ondersteunster loopt om half drie, gelijk met mij naar de lift, we wisselen nog een aantal details en wetenswaardigheden uit. De cognitieve test die ze wilde doen, laat ze achterwege omdat hij de laatste tijd erg veel op zijn bordje heeft gekregen. Inmiddels weet ik ook dat de huisarts een zwak heeft voor Papa. Dat heeft die ouwe charmeur dan toch maar mooi voor elkaar! Het is en blijft een charmeur.
Tegen de klok van vijf, stap ik weer binnen met de boodschappen. De wc-deur staat open en ik zie een paar heftig trillende spillebeentjes op het toilet hangen. Geknoeide sigarettenas ligt op de grond van het toilet en in het fonteintje. Lijkwit met diep in de kassen liggende ogen, zittend op de pot en hij heeft het duidelijk niet te breed. Ik respecteer zijn privacy en ga de boodschappen opruimen terwijl ik hem vragen stel. Ze komen echter niet of nauwelijks aan omdat hij pijn in zijn lijf heeft. Hij blijft dan ook heen en weer lopen tussen zijn stoel in de kamer en het toilet, hij voelt zich duidelijk bijzonder oncomfortabel en ik heb met hem te doen.
Op de vraag of ik een dokter moet bellen, krijg ik een ontwijkend antwoord en ik besluit te bellen. Het is zes minuten over vijf en ik word doorgeschakeld naar de Huisartsenpost (HAP). Gelukkig krijg ik een bekende aan de lijn en ik doe mijn verhaal. Als het goed is kan er over een uurtje een dokter bij hem zijn maar als de situatie verslechterd, moet ik meteen bellen!
Tijdens mijn gesprek met de HAP, vindt de bevalling van senior plaats waar ik stilletjes al even op hoopte en je ziet hem gaandeweg opknappen. Hij wil toch graag een dokter zien dus ik bel nog even wat “nieuwe informatie” door aan de HAP. Komt goed, denk ik en inderdaad de dokter die komt, laat weten, na uitgebreid onderzoek, dat er op dit moment weinig is om ons zorgen over te maken. Er volgen nog wat instructies t.a.v. de thuiszorg en de huisarts en ze vertrekt weer.
Intussen heb ik gewoon een prak boerenkool en een bal gehakt met vette jus, voor Pa Piet bereid en die zet ik hem voor. Vet is goed om je darmen op gang te houden Pa, vertel ik hem en hij slikt het voor zoete koek want dat was vandaag het enige wat hij had gegeten.
Ik pak de map van de thuiszorg erbij om mijn bevindingen te noteren en vervolgens sta ik even perplex want tussen half drie en half vijf blijkt de thuiszorg te zijn geweest. Zij hebben Pa dus zijn klysma toegediend en dat…..had hij mij dus even niet verteld omdat hij het niet meer wist!
Om kwart over zeven stap ik thuis binnen en Boaz is dolblij dat ik er weer ben maar diep teleurgesteld dat ik geen puf meer heb om met hem te ravotten en te spelen. Zoonlief heeft hem gelukkig uitgelaten en blijkbaar heeft Boaz vandaag, vele malen gemakkelijker gescheten dan Opa van de flat!
Als ik om acht uur een flinke hap wil nemen van mijn “Big American Pizza”, gaat de telefoon: “Met Anneke van de thuiszorg, stoor ik?”……?!?!


zaterdag 3 maart 2018


In een eerder stadium heb ik mogelijk mijn grootvader en tevens naamgenoot, wel eens aangehaald. De beste man kon altijd smakelijk, zo niet heel smakelijk vertellen en zijn fantasie was eindeloos. Vermoedelijk is de beeldvorming bij de fantasie, genetisch bepaald want ook ik bezit deze in ruime mate, zowel de fantasie als het beeld bij de fantasie.

Zo kwam ik pas laat tot de ontdekking, dat opa ook korte verhalen schreef, die door zijn fantasie werden gevoed en vaker zelfs een stukje waarheid bleken te bevatten. Die opa! Niet alleen wereldreiziger maar ook auteur. Opa was al ruim in de 80 toen ik vergeelde velletjes papier onder ogen kreeg, waar met potlood verhalen op waren geschreven. Helaas zijn deze velletjes verdwenen en dus ook de verhalen. Zonde!

Nou is één van deze verhalen blijven hangen bij mij omdat het een verhaal was over twee bandieten, zogenaamde “vagabundo’s” althans zo noemde opa ze. Opa gebruikte deze term ook wel eens voor zijn achterkleinkinderen en gaf daar uitleg bij. Met een mimiek die altijd bijblijft vertelde hij dat een “vagabundo”, het Braziliaanse (Portugese) woord was voor vagebond en zoveel betekende als “bandiet”. Dan kwamen ook zijn verhalen los uit het verre Brazilië als hij op zijn praatstoel zat. De kleinkinderen konden zich dan onmiddellijk als echte boefjes in een ver land wanen.

Terugkomend op het geschreven verhaal van opa wat eigenlijk een heel moralistisch epos was, is het volgende blijven hangen. Twee vagabundo’s, zouden hun (criminele) slag hebben geslagen en wilden hun rijke buit verbergen. Met al hun onrechtmatig verworven rijkdommen, togen de vagabundo’s naar de Braziliaanse bush, om de buit te verbergen. De twee reisden via een gevaarlijke en bijna onbegaanbare route door de rimboe, naar een plaats die ze van te voor hadden uitgezocht. De locatie waar de buit verstopt moest worden, was met zorg uitgezocht zodat niemand aan de buit van de vagabundo’s kon komen. Onbegaanbaar pad, giftige slangen, dodelijke insecten en gevaarlijke roofdieren trotseerden de twee. Anderhalve dag later kwamen de twee aan op de uitgezochte plaats en begonnen te graven. De buitgemaakte kostbaarheden moesten begraven worden, zodat niemand er aan kon komen.

Dat de vagabundo’s echt geen brave jongens waren, bleek wel uit hun ongure koppen en gewelddadige praktijken. Opa omschreef dit allemaal met veel franje omdat de mannen vooral het kwaad moesten uitbeelden, in zijn verhaal. De rijke kostbaarheden die ze zich hadden toegeëigend, staan voor het kapitalisme c.q. materialisme maar dat mag duidelijk zijn en de hoeveelheid stond vermoedelijk weer voor de menselijke hebzucht. Was het niet Ghandi die zei: “Er is voldoende om in ieders behoefte te voorzien maar er zal nooit voldoende zijn om aan ieders hebzucht te voldoen!”, althans woorden van soortgelijke strekking.

De gewapende vagabundo’s hadden na geruime tijd graven, voldoende ruimte gemaakt om alle kostbare spulletjes te verstoppen. Maar omdat het echte bandieten, echte schoften, waren, was er inmiddels één op de gedachte gekomen, dat hij veel beter alleen voor al die mooie waardevolle spullen kon zorgen. Hij trok zijn revolver (opa had het nooit over pistolen maar altijd over “revolleveurs”) en schoot de andere vagabundo hemelen. Deze kukelde natuurlijk in het vers gegraven gat, boven op de rijkdommen, die er al in waren gezet. Kikdood, niet meer en niet minder en dus kon de andere bandiet alleen over de schat beschikken en een luxueus en rijk leventje gaan leiden. Kaassie! Geweldig zo’n hebzuchtig mens die het kwaad vertegenwoordigt, in een al of niet onbedoeld "verhaal met een moraal."

Indien het verhaal geëindigd zou zijn op het punt als hiervoor omschreven, was het allemaal wel erg voorspelbaar geworden. Er kwam dus nog een stukje verhaal achteraan. Terwijl de schietgrage vagabundo op de rand van de graf c.q. schatkuil staat te kijken naar zijn werk, nadert er gevaar vanuit een onverwachte hoek. In zijn bezwete nek is namelijk een uitermate giftig insect gaan zitten en op het ogenblik dat de moordenaar het insect plat slaat, steekt het in zijn hals en spuit een dodelijke hoeveelheid gif in de bandiet. Binnen luttele seconden begint het gif te werken en even later stort ook de tweede bandiet, dodelijk verwond in de kuil. Einde verhaal en het recht heeft (bijna) gezegevierd.

Moraal zou kunnen zijn dat het kapitalisme zijn ondergang vindt in ordinaire materialistische hebzucht. De machten ten oosten en ten westen van het IJzeren Gordijn staan mogelijk voor het goed en het kwaad, hetgeen toch wel te herleiden is gezien de aard van de bedenker van het verhaal.

Nou heeft de fantasie van deze schrijver wel bedacht dat de laatste bandiet eigenlijk een shirt aan had moeten hebben met de kreet “CIA !!!” en het dodelijke insect zou het aardig doen met een spandoek “KGB, Moedertje Rusland.”. Met andere woorden,  het zou wat duidelijker geweest zijn dat ondanks de fantasie, het goede van het kwade moest winnen. Afgezien hoe een ieder erover denkt, opa heeft in dit geval het “goede” op beeldende wijze het “kwade” laten overwinnen. Subliem bedacht voor een ijzerwerker, baggeraar, boerenknecht, enz. met gouden handjes en dito ideeën.

vrijdag 2 maart 2018


2013-09-19 


Met het sterven van een mens

sterven de verhalen

niet een heel klein beetje

maar rigoureus

en door de dood

zijn ze niet meer terug te halen.

Het lijkt allemaal zo onschuldig

maar verhalen gaan serieus verloren

en verhalen die niet zijn gedeeld

worden zelden opnieuw geboren.

Leg verhalen vast of deel ze met elkaar

zorg voor overlevering

éénvoudigweg als een gebaar

en de geschiedenis blijft zo

een bijzonder levend ding.


donderdag 1 maart 2018


Zaterdag, 03-02-2018, 10.30 u.



Schuim.



Daar zaten we gisteravond dan, 3 man sterk aan de bar van het lokale dorpscafé. Gezamenlijk aan een heerlijke koude pils, die met zorg was getapt. Zo zie ik het maar graag, een gezellig samenzijn met gelijkgestemden oftewel allemaal mensen met dorst.

Nee, we hebben ons niet beperkt tot één pils maar we hebben de nodige glazen gebruikt tijdens de debatten over gevoelige onderwerpen als voetbal, vrouwen, politiek en UWV. Je moet tenslotte wat, nietwaar?

Het zijn de momenten waarop je jezelf realiseert, dat je het zo slecht nog niet hebt. Ieder huisje heeft zo zijn of haar eigen kruisje c.q. kruisjes. Drie volwassen vijftigers met af en toe wat puberale trekjes (what’s new?), die zich prima vermaken onder het genot van een glas bier. Ieder voor zich met zijn eigen verhaal, zijn eigen ellende, eigen humor en eigen aanpak om door te gaan met leven want die “drive” is heel duidelijk aanwezig. Opgeven is geen optie, schouders eronder en uit het leven halen wat er in zit. Fuck it, grab life by the balls!

Zo is de eerste aangehaald met de fysiek wrede gevolgen van Multiple Sclerose, de tweede diabeet, met hier en daar een kleine kraak in zijn wagen en een lief, die behandeld wordt tegen staatsvijand nummer één. De derde is een “schuimpie” oftewel ook een suikerpatiënt. Dat schuimpie is ontstaan toen zijn echtgenote zwanger was en teveel eiwitten in haar lichaam had. Een (te) bijdehand familielid bedacht zich niet en had verzonnen als de ene teveel eiwitten in het lijf had en de ander teveel suiker, de nakomelingen “schuimpies” moesten worden. En bedankt hè!

Ondanks alle beperkingen en het ervaren onbegrip uit onze omgeving, de harteloosheid van werkgevers en het gebrek aan empathisch vermogen bij het UWV als bedrijf, kunnen we toch het positieve blijven zien. Ondanks de zorgen om onze eigen situatie, onze eigen wereldwijven en de onzekerheid voor ons nageslacht, blijven we met een glimlach vooruit kijken en niet in wrok achterom. Natuurlijk heeft ieder van ons zijn momenten gehad van “waarom ik” maar we zijn er niet in blijven hangen. Althans niet gisteravond aan de bar!

Ook het principe “Samen uit, samen thuis” hebben we recht gedaan want toen de eerste aangaf dat het tijd was om te gaan, hadden de andere twee kunnen zeggen, we blijven nog even. Maar leeftijd en solidariteit deden besluiten, dat genoeg ook echt genoeg was. En omdat we alle drie over een “taxi” konden beschikken, waren we netjes op tijd thuis. Daardoor kunnen we nu zeggen dat het gisteravond gezellig was want we weten alles nog!


Een systeem waar je hagelnieuw in/bij bent, vraagt of ik iets nieuws te vertellen heb. Nou en of want sinds gisteren ben ik een heuse blogger. De blog zal gevuld worden met korte verhalen, al of niet met foto's en gedichten, allemaal van mijn hand.

Vermoedelijk gaat er, zeker in het begin, veel mis omdat het bloggen compleet nieuw voor mij is. Ik sta dus open voor tips, tops en suggesties om het geheel te verbeteren.

In den beginne plaats ik ook stukken, die ik al langer geleden heb geschreven en die dus niet spiksplinternieuw zijn. Of het daardoor een chaotische bende gaat worden, zullen we beleven.

Schroom niet om positief opbouwende kritiek te leveren, waar ik iets aan heb.


Jantje huilt, Jantje lacht.

Guus is in vorm vandaag, het is nog vroeg maar hij heeft nu de gang er al in zitten. De laatste dagen zinken mijn gedachten nogal eens even weg met de gedachte aan Pa. Ik moet duidelijk nog wennen aan het idee.

Tijdens het ontbijt samen met Guus, zat ik op de laptop door wat foto’s te bladeren en Guus zorgde voor het bijbehorende commentaar. Uiteraard werd van mij bevestiging, aanvulling en ander (on)zinnig commentaar verwacht.

Bij een foto van Pa, die even wat met mij deed, schoot ik vol en reageerde dus niet voldoende adequaat op de replieken van de kleine Kapitein. Blijkbaar schoot hem dit in het verkeerde keelgat en opnieuw werd er een vraag gesteld. Het ging op dat moment allemaal langs mij heen, mijn ogen stonden vol met water en een enorme kikker, zat vast in mijn keel. Sorry Guus!

Het duurde echter geen drie tellen, toen een luide opmerking uit de kinderstoel, deze Opa liet ontwaken en beter nog, hard liet lachen om terug te komen in het hier en nu. “Kan jij niet meer praten?” klonk het bijna gebiedend. Hij kwam echt binnen, deze opmerking uit de grond van zijn hart. Zijn afkomst verloochent zich dus echt niet, hij kan niet met stiltes omgaan evenmin als Opa. De stilte werd dan ook luidruchtig verbroken door mijn gebulder. Tjee, wat was zijn timing weer perfect. Terwijl het verdriet nog vloeibaar over mijn wangen stroomde, rolden de tranen van de lach er overheen om dat verdriet letterlijk weg te spoelen.

Toen ik Guus uit zijn kinderstoel optilde en hem tegen me aan trok, vertelde ik hem, dat ik hem lief vond. Zijn glimlach werd onmiddellijk gevolgd door: “…en een broekenpoeper!” wat de glimlach op mijn gezicht alleen maar groter maakte. Toen hij er aan toe voegde: “…en een vieze schijtert!” kon je me opvegen, wat een momenten om de maandag te beginnen!

Maandagmorgen half negen en ik loop al met buikpijn van het lachen, wat een medicijn is dat manneke, heerlijk.