Woensdag 27-08-2025, 13.00 u.
En dan is mijn generatie plots de oudste
generatie.
Op 29 april stond
ik in de grote kerk in Gorinchem, tijdens de uitvaartdienst van ome Cees, om te
spreken tegen en over hem. Toehoorder was o.a. zijn lief, mijn tante Jopie. De
twee mensen waar ik als klein Jantje, één van mijn eerste, langere
logeerpartijen heb doorgebracht, bij de geboorte van mijn broer Arie.
Het blijft voor
mij lastig als er vertrouwde gezichten plots wegvallen door een overgang naar
de andere kant, ongeacht wat je religie is of je overtuiging. Maar ook dat leed
wordt snel verdrongen door de werkelijkheid. De werkelijkheid van alle dag, die
alleen maar meer ellende lijkt te melden, dan de werkelijkheid van de dag
ervoor.
Vorige week zondag
(17-08) was ik ’s avonds net in de bank geland nadat ik mijn lief naar het station
had gebracht. Het laatste uur, alleen aan tafel in het station, waar we hadden
gegeten, voelde heel vreemd, raar en onheilspellend. De vrouw des huizes
aldaar, vroeg waarom ik zo stil was. Ze kennen me daar, zo blijkt. Bij het
aanzetten van de tv, ging de telefoon en ik nam, net iets minder enthousiast
dan normaal, de telefoon op met: “Hé tante Jopie, zeg het eens?”.
Ze vertelde dat ze
slecht nieuws had gekregen van de dokter en dat ze haar niet meer konden helpen,
afgezien van het feit dat ze geen nare behandelingen wilde. Ik viel even stil
en het nare gevoel, dat ik had ervaren verdween. Heel flauwtjes reageerde ik
met: “Deksels, das niet zo mooi.”
Vrijdagmiddag zag
ik haar bij de verjaardag van haar achterkleindochter en ik schrok van haar extreme
kortademigheid en gelaten houding. Ze is niet lang gebleven en toen ze weg
ging, gaf ik haar een knuffel en zei, zonder veel overtuiging: “Ik ga je zien.”
Haar antwoord klonk kort, bijna boos door het gebrek aan lucht: “Ja!”
Gisterenmorgen kwam
het bericht al, dat ze de grote stap, die aan het eind van ieder mensenleven
wordt gezet, had gemaakt. Mijn opmerking: “Ik ga je zien.” komt plots in een
heel ander daglicht te staan. Om 06.00 uur was ik al uit bed gestapt omdat ik
geplaagd werd door een ongekende partij onrust, die blijkbaar het onheil moest
verkondigen. Het besef, dat mijn neven en nichten nu samen met mij de buitenste
“schil” van de familie vormen, brengt je een stap dichter bij je eigen
sterfelijkheid en geeft reden tot nadenken.
Morgen zijn Guus
en Saar bij deze opa, neem ik ze mee naar een safaripark en daar….hoefde ik
niet zo lang over na te denken. Ieder moment dat je krijgt op deze aardkloot,
vullen met dingen die de moeite waard zijn en misschien komt er ooit een
moment, dat ik tante Jopie en ome Ceessie erover kan vertellen. Ik ga jullie
zien! Ooit aan de andere kant van de regenboog, wedden?

