Maandag, 21-10-2019, 11.50 u.
Spoedcursus omgang met
baby’s.
Afgelopen weekend, hebben Guus en Saar bij oma en opa gelogeerd. Voor opa is dat een spannende aangelegenheid want je wilt geen fouten maken met onbetaalbare dingen als je kleinkinderen.
Opa loopt een dag van te voor al te inventariseren, wat hij allemaal nodig heeft want hij wil niet dat er hongersnood uitbreekt of dorst ontstaat, die voorkomen had kunnen worden. De box wordt opgezet, de kinderstoel van plaats veranderd, de hond wordt geïnstrueerd om zich niet te misdragen en er worden tal van kleine dingen nagelopen, klaar gelegd of juist opgeruimd, om compleet gereed te zijn voor de jeugdinvasie. Halleluja!
Om half tien gaat de voordeur bel en Saar komt met mams binnen, gelegen in haar eigen limousine. Een brede glimlach is mijn deel en daar ben ik blij mee. Heel ontwapenend maar ook meen ik direct een blik te zien, die zegt dat ik het niet mag verknallen. Natuurlijk is dat mijn eigen ver- c.q. inbeelding want Saar denkt alleen maar: “Wie was die ouwe boskabouter ook alweer met dat lange, grijze haar?”
Nou, ik kan je verklappen dat die boskabouter, het zweet al in zijn nek en op zijn rug had staan. De gedachte, dat ik gezegd heb, dat ik Guus te voet uit school ga halen, is iets te enthousiast geweest als ik naar buiten gluur en de weersvoorspellingen bekijk. Man, man, man, wat een baggerweer en de noodzaak om een creatieve oplossing te bedenken, dringt zich op. Een half uurtje voor ik de kleine kapitein uit school moet gaan halen, besluit ik opa John om assistentie te vragen. Opa John woont dichtbij, heeft ruime ervaring als oppas-opa en is de rust zelve. Gelukkig is opa John in de gelegenheid om mij uit de brand te helpen en dat is een pak van mijn hart.
Als ik op school aankom brandt de zon een put in de grond en wie mij kent, weet dat de “gloeiende, gloeiende, nakende….enz.” zachtjes opborrelen uit mijn binnenste. Welke opa wil er nou niet paraderen met zijn kroost aan zijn zij. Niet dan? Ja toch?
De kleine kapitein wilde natuurlijk direct weten, waar zijn zusje was en toen hij hoorde dat de opa van een klasgenootje, op zijn zus aan het passen was, werd hij toch wel erg nieuwsgierig. Bij thuiskomst was die nieuwsgierigheid snel bevredigd en werd de aandacht op Saar gericht met een onderzoekende blik. Uiteraard werd zijn aandacht (tijdelijk) verlegd, vanwege het feit dat de lunch geserveerd werd en na een verse krentenbol met hagelslag en een bruine boterham met kokospasta, leek Guus weer opgeladen voor de middag.
Vervolgens moest de fles van Saar in orde gemaakt worden en stilletjes hoopte ik, dat deze fles, wel vlotjes leeg gedronken zou worden. Het had mevrouw nog niet beliefd om de voorgaande flessen tot op de laatste druppel te verslinden en dan word ik al snel bang, dat zo’n kind door mijn toedoen, mogelijk honger lijdt. Nou ziet onze kleine prinses er uit als Hollands welvaren, dus dat valt wel mee maar toch, er zijn opa’s met een geweten, dat net iets “krapper denkt”.
De kleine kapitein houd alles scherp in de gaten en ik weet dat elke (gevoels-)beleving van hem, bij paps en mams terecht komt en daarom hoor ik ook regelmatig: “Dat mag je niet zeggen!” als ik weer eens uit mijn slof schiet. Er zit nou eenmaal een kort lontje aan deze opa en mijn taalgebruik kan nogal “rond” zijn oftewel iets grover maar wel duidelijk en oprecht.
Er werd mij duidelijk gemaakt, bij het geven van de fles, dat ik niet met Saar haar hoofd moest “bonken”. Dit woord gebruikt hij als Saar zich plots omhoog werkt en haar spieren net te zwak zijn om het hoofdje recht te houden. Na het geruststellen van Guus, met de belofte dat ik scherp op zal letten, gaat hij rustig op de bank zitten maar houd mij, met een scheef oog in de gaten.
Helaas besloot Saar, ook deze ronde nauwelijks te drinken, wel luidkeels te boeren en vervolgens te schreeuwen omdat de zuigbehoefte nog niet was voldaan. Goede raad is duur, dus heb ik Saar in de box gelegd en een speen in haar mond geduwd. Moe van het “drinken”, volgden de “wegtrekkers” al snel en terwijl ik de tafel aan het afruimen was, kreeg ik van de kleine kapitein te horen, dat Saar naar bed moest en….dat ze haar speen niet mee mocht nemen in c.q. naar bed! Amen.
Eenmaal op bed, viel onze prinses al snel in een diepe slaap want het bleef stil, toen het muziekdoosje uitgespeeld was. De kleine kapitein verzocht of Nijn uit de tas gehaald mocht worden om te kroelen. De noodzaak bleek al snel want toen de tv aanging, nestelde hij zich languit tussen de kussens op de bank en het werd duidelijk, dat een week school, niet zonder gevolgen bleef. Hij gaf niet toe aan de slaap maar dat kostte hem toch enige moeite. Even heb ik overwogen om naast Guus op de bank te gaan liggen maar volgens Guus, kon ik dan niet oppassen en moest ik wakker blijven! Dank voor uw medeleven kapitein!
Toen Saar wakker was en Guus weer bij “de pinken”, werd het tijd om met Boaz een rondje te doen en wat boodschappen te halen in de winkel waar “de andere” oma werkt. Onderweg naar de winkel, kreeg ik de nodige instructies met betrekking tot gebruik en onbruik van de wandelwagen. De gelaatsuitdrukkingen die hiermee gepaard gingen, spraken bijna voor zich en tegenspraak, zou een vreselijke vergissing zijn althans zo liet de kleine kapitein het lijken.
In de winkel werd het al snel wat lastiger, toen de één begon te praten en te vragen, je komt tenslotte niet met lege handen uit een winkel, en de ander begon te brullen om eten. Dat laatste verwonderde mij niet echt omdat onze “tuttebel” nog niet zoveel op had vandaag. Bij de kassa, in het gezichtsveld van de “andere” oma, begon er voorzichtig wat zweet te parelen op mijn voorhoofd en op mijn rug. Ik ben hier niet meer aan gewend en begon me knap ongemakkelijk te voelen. Nadat de kleine kapitein nog even geknuffeld had met oma, werd er afgemarcheerd maar toen bleek Boaz, nog even dwars te gaan liggen omdat zijn reukorgaan “lekkere luchten” op had gevangen, kort aan de grond. Dat had hij beter niet kunnen doen want hij was onmiddellijk “de Sjaak” en kreeg een grote mond. Toen Guus het opnam voor zijn harige vriend, kreeg hij ook nog even een veeg uit de pan van opa, die moest concluderen, dat hij echt geen 20 meer is en wat moeite had met het tempo.
Thuis aangekomen pakte ik in de keuken een handdoek om het zweet van mijn voorhoofd te vegen. Want het afvegen van Boaz zijn poten, het, uit jas en schoenen helpen van Guus en Saar en het opruimen van de boodschappen, had toch enige inspanning gevraagd waardoor de zweetsluizen, compleet open waren gegaan. De kleine kapitein riep echter onmiddellijk, dat er eten voor de schreeuwende Saar gemaakt moest worden. Hij kan blijkbaar net zo min tegen schreeuwende en huilende koters, als opa!
Het avondeten was bijna klaar, toen de papa van de kleine kapitein binnen stapte en omdat oma ergens in een enorme verkeerschaosverdwaald was geraakt, begonnen we met eten, het werd namelijk serieus bedtijd voor Guus, hij was versleten! Zijn verdriet was groot toen papa wegging en hij niet mee mocht. Hij begrijpt het wel maar zijn gevoel verteld hem iets anders en dat is deksels lastig als je nog maar net vier jaar bent. Het mooie is dat de kleine prinses, haar broer (nog) onvoorwaardelijk steunt. Als Guus huilt, gaat Saar mee brullen en zodra Guus stil wordt, besluit Saar ook te stoppen met het verheffen van haar stem. Na goed een kwartier “stereo-brullen”, keerde de rust weer, in de omgekeerde theepot van opa Piggelmee en was Saar weer aan de beurt, voor een verschoning en de fles.
Er waren nogal wat bekenden die meesmuilend hadden gelachen, dat opa wel vroeg gewekt zou worden, door de jeugd. Niets was minder waar want oma besloot in al haar wijsheid om de nachtelijke loftrompet te hanteren en ik vroeg me af of er een nieuwe potentiele klant voor de KNO-arts, gevonden was. Tien over zes, zette ik het theewater op en even later begon het koffieapparaat te pruttelen. Diepe zuchten van Boaz waarom dat licht, midden in de nacht aan moest en na enige uitleg, besloot ook hij aan te haken bij de geluiden, die oma voordien had geproduceerd. Weg rust!
Om kwart over zeven hoorde ik kleine Saar praten in zichzelf en ik besloot, dat het etenstijd werd voor de kleine prinses. Tjonge, wat wordt een mens vrolijk van een gulle glimlach in de vroegte en je hart loopt dan direct vol met warme energie, veroorzaakt door zo’n klein lachend wezentje. Uit een andere kamer klonk een ander stemgeluid met de vraag of hij er ook uit mocht, als Saar er uit mocht? Natuurlijk Guus! Toen Guus over de rand van het bedje keek, werd de glimlach van Saar, nog groter dan hij al was en de “baby dienende” instructies, rolden meteen uit de kleine kapitein zijn mond. Of ik er maar even aan wilde denken dat Saar eerst de fles kreeg en pas later een schone broek, anders zou ze onmiddellijk haar schone luier vol kakken! Hallo dan?
We zijn nog geen 24 uur onderweg en opa is al toe aan zijn derde verschoning en een week vakantie, waarvan hij overigens net terug was! Het kan verkeren, heeft onze eigen Brederode ooit gezegd maar wat een gouden bezit!



