dinsdag 30 april 2019


Dinsdag 30-04-2019.


Een greep uit de laatste weken.


Er zijn een aantal weken verstreken waarbij ik niet echt actief ben geweest op creatief gebied. Zo zijn er geen tekeningen gemaakt voor mijn nieuwe boek en evenmin zijn er nieuwe stukjes geschreven. Het internet heb ik voor enige tijd “geparkeerd” gehad en ik heb me bezig gehouden met meer persoonlijke en sociale interactie met mensen, in wiens gezelschap, ik graag verkeer.


Zo hebben we het jaarlijkse uitje gehad met een groepje van 8 vrienden en vriendinnen, naar een Landal park en ik heb een oude traditie in ere hersteld. Het “vader-zoon-weekend”, dit keer tijdens Pasen, op de motor naar de Moezel, is me prima bevallen. Thuis is er al tijden een kleine verbouwing gaande en als het even kan, probeer ik met wat beter weer (een voorjaarszonnetje), wat in de tuin te rommelen om orde in de chaos te scheppen. Afgezien van andere (reguliere) sociale verplichtingen, blijft er dan weinig tijd over om creatief “los te gaan”.


Maar goed, ik ben er weer en in de afgelopen weken, heb ik wat aantekeningen gemaakt van gebeurtenissen die inleiding kunnen zijn voor een ludiek verhaal c.q. anekdote. Daarnaast is het besef dat niet iedereen gelijk is of gelijke krachten bezit, langzaam doorgedrongen tot mijn meest eigenwijze ik.


Zo bedacht ik mij enige weken geleden, toen ik oude foto’s in handen kreeg van het zeewaardig zeiljacht dat mijn Opa bouwde, dat ik best jaloers was op die man. De man die zo rond zijn 57e jaar begon met het bouwen van een “gepimpte” Mystère, steekt schril af tegen zijn kleinzoon (moi) die met zijn 57e, geen plafond meer in 1 keer gewit krijgt. Maar Jan sr had zijn droom en ik heb de mijne. Veel overeenkomst zit er niet in de dromen van Opa en van mij maar mogelijk wel in de manier waarop we ze najagen c.q. ooit nagejaagd hebben.

Op dat moment werd mij ook wel duidelijk, dat jaloers zijn weinig zin heeft en trots zijn op jezelf en je verrichtingen, bijna een must is om te overleven, in psychologisch opzicht. We praten tenslotte over de “grote Boze mensenwereld” anno 2019!


Gelukkig hebben we dan ook onze kleine kapitein, die leven in de brouwerij brengt en er iedere keer weer in slaagt om een grijns op mijn gezicht te brengen. Want zeg nou zelf, wie heeft er een strak gezicht als zo’n manneke, vol trots, verteld over zijn expeditie naar de Efteling waar hij samen met Pardoes op de foto mocht. De Efteling waar ook Langnek zich liet zien en een meneer op een vliegend tampijt (ja echt waar!) rondvloog. De overtuiging waarmee het woord “tampijt” wordt gebracht en het gezicht dat hij daarbij trekt, brengt spontaan lachstuipen op gang. Dat mag natuurlijk niet want dan wek je de indruk dat je hem uitlacht en de kans dat hij weinig meer zal vertellen, is dan zeer reëel.


Maar ook de doordachtheid van zijn acties mag niet onvermeld blijven. Als Guus een half uurtje na het ontbijt vanuit zijn (kinder)keuken, aan komt lopen met een plastic wortel op een bord, weet je dat tegenspraak niet helpt, je moet eten. Nadat hij je maaltijd heeft geserveerd, meld hij direct, dat hij nu ook wel wat mag eten en of je maar even mee wil lopen naar de kast, waar overigens allerlei soorten koek en koekjes worden bewaard. Hij is echt niet gek en zal krijgen wat hij graag wil. Want toen ik zijn aanhoudend roepen negeerde omdat ik bezig was met Boaz, nam de kleine kapitein, de gelegenheid te baat, op het moment dat ik bukte om het water voor Boaz, in de bench te zetten. Voor ik het wist, had ik een pets op m’n kont te pakken en toen ik achterom keek, zag ik een blik, die eigenlijk zei: “Zo, heb ik eindelijk je aandacht?” Dank u jongeman, een pets van zo’n klein handje, kan venijnig doortrekken zowel in zijn hand als op mijn achterwerk.


Ook de momenten dat de lunch genuttigd wordt kunnen hilarisch zijn. Guus krijgt vrijwel iedere maaltijd, een paar keer te horen, dat hij niet mag praten met een volle mond en is dan nogal beledigd omdat hij niet de les gelezen wil worden. Samen aan tafel, krentenbollen, boterhammen, kortom lekker snavelen. De kleine kapitein vraagt doorlopend en vraagt en vraagt en vraagt nog veel meer en veel vaker. Ik zeg niets maar op een bepaald moment ben ik het zat en zeg dat hij moet eten in plaats van wauwelen. “Je mag niet praten met een volle mond Opa!”: knalt hij er direct uit. Hij heeft er gewoon op gezinspeeld en op zitten wachten, om zijn gram te halen en met succes. Opvoedkundig niet helemaal juist maar, veeg mij maar op!




Geen opmerkingen:

Een reactie posten