woensdag 21 augustus 2019


Woensdag 21-08-2019, 09.00 u.



Zon, zee en zand.



Vandaag is de 33e verjaardag van de jonge kapitein, het blijft een gedenkwaardig moment waarbij ik terugdenk aan een roze gekleurd “blotertje”, dat in de armen van zijn moeder glibbert, even schreeuwt, zijn rechterduim ontdekt en daar onmiddellijk aan begint te zuigen of hij nog nooit anders heeft gedaan. Proficiat maat!


Maar eigenlijk, wilde ik het daar, in dit verhaal niet over hebben. Nee, ik wil terug naar gisteren, toen ik besloot om de kleine kapitein uit te nodigen voor een dagje uit met opa. Het plan om met Guus naar Zeeland te gaan, bestond al een paar weken maar het was er nog niet van gekomen. Ten eerste door dagen dat het te heet was (voor mij) om zand te happen en dagen dat het te nat was om zon te zoeken. Maar nu was het moment daar en dat moest ook wel omdat de kleine kapitein binnenkort aan school “gekluisterd” zal zijn.


Tegen half twaalf meldde ik mij bij de mama van de kleine kapitein, die overigens zelf de deur opende. De kleine prinses lag heerlijk te dromen in mama’s armen en de kleine kapitein wilde onmiddellijk weten, wat ik kwam doen. Het was hem natuurlijk niet ontgaan, dat zijn rugzak werd ingepakt en hij is echt niet gek!


Toen we buiten in het zonnetje zaten met z’n viertjes, vroeg ik hem of hij het druk had vandaag. Een resoluut “ja!” was het antwoord maar ik was voorbereid want ik ken hem al even en zijn streken evenzeer. “Hmmm, das jammer”: mompelde ik, “Dan gaat het niet door….” Natuurlijk wilde Guus direct weten, wat er dan niet doorging maar ik liet even een stilte vallen. “Opa?????”, klonk het uit de tuinstoel naast me, “Wat gaat er niet dohoorrrr?”. “Ik had met jou naar de zee willen gaan of heb je misschien toch tijd om mee te gaan?”: zei ik, terwijl ik hem aankeek. Zijn ogen werden groter maar zonder iets te laten blijken wat op enthousiasme zou kunnen lijken, zei hij heel kalm: “Ja hoor.” De toon voor vandaag was gezet, hij wilde wel wat tijd voor me vrijmaken.


Het duurde even voor de kruitdampen van dit schot voor de boeg, waren opgetrokken maar toen kon hij zich niet meer inhouden en kwam in actie. Na aankoop van wat krentenbollen en snoep, voor onderweg, gingen we na de boterhammen op pad. En jawel, toen we vertrokken, begon het te regenen. Ik geloof echter in het goede en niet alleen van de mens, ook van de weergoden. Toen ik de plaatselijke oprit naar de A-15 opdraaide, werd me gevraagd of we ook over de “grote weg” gingen. Ik bevestigde de vraag van de kleine kapitein en vertelde hem, dat we nog wel even op de snelweg, sorry, grote weg, zouden blijven.


De kleine kapitein heeft de snelweg niet helemaal, bewust meegemaakt omdat hij werd geplaagd door een wegtrekker, van een minuut of twintig. De weg naar de Brouwersdam, duurde voor Guus toch wel wat lang, gezien het feit dat hij 2 vragen bleef “reciteren”, namelijk “Zijn we er al?” en “Duurt het nog lang?”. Op een zeker moment dacht Guus blijkbaar als hij water zou zien, dat we gearriveerd waren maar dat was een kleine teleurstelling. Nee Guus, dit heet “Het Haringvliet” en dit is “De Grevelingen”. Kortom antwoorden, die hem niet zinde. Toen Boaz achter zijn rug ook nog eens in slaap viel, was de laatste afleiding ook verdwenen en was ik de pisang. “In de auto, hoef ik mijn schoenen niet aan”: hoorde ik achter me en toen ik hem vertelde, dat hij ze maar gewoon aan moest houden, om te voorkomen, dat ik ze even later, weer aan moest doen, duurde het geen twee minuten, dat ik een tweetal doffe ploffen hoorde. Juist, de schoenen van de kleine kapitein waren zojuist in het vooronder gekegeld. Dank je Guus!


Eenmaal op de Brouwersdam aangekomen, was de kleine kapitein niet meer te houden en Boaz evenmin. De één piepte en jankte, dat het een lieve lust was en de andere schreeuwde alles bij elkaar. Wat wil je als je, je enthousiasme zo lang in hebt moeten houden! Binnen een kwartier, stond hij stijf van het zand, was hij zeiknat van het zeewater en had de kleine kapitein, een rood hoofd, van de inspanning. Guus had direct een vriendje gevonden en een zandheuveltje van anderhalve meter. Het vriendje verstond hij niet (en ik evenmin) en blijkbaar was dat aanleiding om te doen of hij mij ook niet hoorde. Er zijn echter opa’s, die ook kapiteins corrigeren, zeker kleine kapiteins om de pikorde te herstellen!


Na het spelen, moest er even orde op zaken worden gesteld om te voorkomen dat opa zijn oude barrel, omgetoverd zou worden tot zandbak op wielen. Met zijn billen naar achter, iets door zijn knieën (langs de openbare weg), gaf hij opdracht om het kriebelende zand tussen zijn billen vandaan te poetsen. Tevens moest ik zijn oren niet vergeten. Of ik daar maar even aan wilde denken! Terwijl hij zijn orders uitdeelde, pruttelde het zand tussen zijn lippen vandaan en besloot hij dat te verwijderen zoals een volwassen vent, de kits van zijn pruimtabak verwijdert. Zo dus!


Bij de snackkar wenste de kleine kapitein een ijsje, toen hij een beetje schoon gepoetst was. Hij zocht meteen de grootste uit (pure genetica) en ik nam het meest bescheiden hoorntje met softijs(ook genetica). Voorzichtig vertelde ik hem, dat hij ook mocht ruilen en toen hij met een paar happen, de inhoud van zijn beker had gereduceerd tot “amper halfvol” wilde hij wel ruilen. Het hoorntje was namelijk eetbaar en het bekertje niet! Op het moment dat ik het hoorntje overhandigde zei ik: “Wel doorlikken anders gaat ie lekken”. Ik hoorde hem denken en even later kreeg ik het hoorntje terug, hij wilde zijn beker weer want daar kreeg hij geen vieze handen van. Natuurlijk zat ik er op te wachten want onmiddellijk riep hij: “Wel doorlikken anders gaat ie lekken!” Ja Guus, dank je wel voor de tip.


Guus moest vervolgens wel plassen en bij gebrek aan beter, heeft opa geassisteerd bij het wildplassen. Ik was direct mededader van een strafbaar feit en dat heb ik geweten want de kleine raddraaier, spetterde heerlijk tegen mijn schoenen aan. Gelukkig beschikt de ouwe kapitein over een gezonde dosis humor waardoor er twee kapiteins, stonden te schudden van het lachen. Overigens is dat geen aanrader als er nog geplast wordt bij windkracht 5/6.


Door naar het volgende hoofdstuk want het werd etenstijd volgens de klok, in de oude Toyota. De Tram in Nieuwe Tonge werd de volgende stop. De laatste keer dat ik hier was, was met de voormalige ouwe kapitein en ook hij was mee geweest naar de Brouwersdam maar die hoefde gelukkig niet te plassen met mijn assistentie! Guus wilde een kindermenuutje “Friet met spare-ribje” en ik besloot voor de slibtong te gaan. Het was duidelijk dat de kleine kapitein op zijn laatste benen liep, van alle inspanningen en onderweg naar De Tram, had hij al een poosje geslapen om het vol te kunnen houden.


Nu bleek dat het begrip “spare-ribje” in Nieuwe Tonge, toch wel iets minder bescheiden was, dan in mijn gedachten want Guus kreeg gewoon een negen ribben tellende sparerib voorgeschoteld. Gelukkig kreeg ik overeenkomstig slibtong en met vier stuks op mijn bord, zag ik de bui al groeien. Waar vis kan zwemmen, kunnen spareribs ook nog wel bij, dacht ik een moment. Opa zijn berekening klopte niet helemaal want Guus ging bijzonder slagvaardig, de strijd aan met zijn halve varken en wilde tussendoor ook van mijn slibtong eten. Friet was ondergeschikt van belang en groenvoer is voor de konijnen moet Guus gedacht hebben. Hij was voor vlees en vis gekomen en dat heeft hij dus ook gegeten. Toen ik dacht dat hij nokkievol moest zijn, vroeg hij of we nog een toetje namen. Op mijn vraag wat voor toetje hij dan zou lusten, zei hij ijskoud, een ijsje! Nee Guus, daar drijven je spareribs nog in dus dat doen we een andere keer. Ik dacht dat het niet mogelijk was maar hij blijft me verbazen en entertainen met de meest eenvoudige dingen en ik kan er dagen op teren. Het voelt als cabaret met een hoofdletter C.


Om te zorgen dat de kleine kapitein, een klein beetje op tijd naar bed kon, heb ik de thuisreis (eigenlijk veel te vroeg) ingezet maar bij het vertrek van de parkeerplaats, vroeg hij al of we inmiddels op de grote weg zaten. Berusting in zijn lot, was de volgende stap maar dan wilde hij wel zijn kroel hebben, je wil tenslotte met een vertrouwd iemand, je ervaringen delen, nietwaar? Nadat ik een parkeerplaats langs de A-29 had gevonden en Nijntje overhandigde aan de kleine kapitein, kwam hij nog eens aardig uit de hoek. “Opa, ik hoef niet meer mee naar jou toe hoor”: sprak het heldere maar enigszins vermoeide stemmetje, “Ik eet wel thuis bij mama”. Ik geloof niet dat ik eerder op een nagenoeg lege parkeerplaats, zo heb staan bulderen van de lach. Hoezo, eetlust?


In plaats van lekker slapen in de auto, besloot Guus zijn dag te bezingen tegen Nijntje, zijn onvolprezen kroel. Zowel tekst als muziek, verzon hij ter plekke en soms kostte het moeite om de oude Toyota, in het goede spoor te houden. Veeg maar mij maar bij, was dit keer niet mogelijk! Zo zie je maar, een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten