Dinsdag 28 mei 2019, 12.20 u.
Ik zal best even moeten
wennen!
Figuurlijk gesproken, is er weer een “tijdperk” afgesloten. Gisteren was de laatste, geplande “Opa-oppas-(maan)dag”. De mama van de kleine kapitein, gaat deze week aan haar zwangerschapsverlof beginnen en mijn oogappeltje, gaat naar school, voor het verlof voorbij is. Natuurlijk komt hij nog logeren en zal ik nog oppassen maar toch wordt het anders. Eerlijk gezegd, heb ik even een diepe sentimentele zucht geslaakt want die 3 ½ jaar lijkt voorbij gevolgen. Van kleine broekenpoeper en flessendrinker, naar nijdig kwebbelende, eigenwijze c.q. eigenzinnige, puberkleuter. Hij wordt snel groot en soms, had ik hem nog even klein willen houden. Maar ja, de tijd vliegt echt.
Ik heb me suf gepiekerd wat ik zou gaan ondernemen, om deze dag tot een bijzondere afsluiting van een periode te maken. Fysieke ongemakken zorgden ervoor, dat een aantal ideeën direct of bijna direct, konden worden geparkeerd. Toen ik de kleine kapitein vroeg of hij het misschien leuk vond om naar een kasteel te gaan, was hij direct enthousiast en niet zo’n klein beetje ook. Boaz keek wat vreemd naar Guus, die woeste indianenkreten uitsloeg.
Eerst moest er nog ontbeten worden, vervolgens moest Boaz uitgelaten worden en eten en uiteraard moesten we bij oma in de winkel, nog wat lekkers voor onderweg halen. Daarnaast hebben we thuis ook nog even koffie gedronken met lekkers er bij zodat Boaz zijn eten even kon zakken, voor hij meeging in de auto.
Bij oma in de winkel wist de kleine kapitein, tegen iedereen die het maar moest weten, te vertellen, dat hij naar de kerk ging! Blijkbaar was het woord “kerk” een iets bekendere klank in deze omgeving, dan het woord “kasteel”. Gezien de verbaasde blikken van oma en het overige winkelpersoneel, heb ik maar een kleine toelichting gegeven want voor je weet, gaan er rare en onjuiste verhalen, over deze opa, door het dorp.
Toen we eindelijk zover waren had Guus al een rooie kop van opwinding, je zou maar naar de kerk gaan zeg? Onze “kerkganger” was knap rustig tijdens de rit maar was opmerkzaam als het om de omgeving ging. Dat kreeg ik op de terugweg pas in de gaten, toen hij meldde, dat we daar op de heenweg niet langs waren gereden. En hij had gelijk!
De laatste paar kilometer naar Slot Loevestein, leiden je door het Munnikenland en daar is genoeg te zien. Zo lopen er rooie geuzen, een runderras dat groot en sterk oogt en over enorme horens beschikt. Ik heb ze al meerdere keren goed bekeken en het zijn kolossale en imposante beesten, waar een enorme kracht vanuit gaat. Vlak bij de weg waar wij stil stonden, lag een enorme stier te herkauwen en Guus vond het geweldig. Luidkeels vestigde hij de aandacht op een paar kalveren, die wat verderop lagen en ook daarover werd verslag uitgebracht.
Bij de grote parkeerplaats stonden vrijwel alle Konik-paarden in groepjes bij elkaar en het was vrij snel duidelijk, welk groepje bij welke hengst, hoorde. De kleine kapitein was zwaar onder de indruk van het “gereedschap” van de hengsten en hij liet dat luid en duidelijk merken. Echter ook hier waren voor Guus de “baby’s”, het meest belangrijk. Aandachtig volgde hij een veulen dat bij de moeder dronk waarbij de nodige melk gemorst werd. Zonde, volgens de kleine kapitein!
Eenmaal binnen de vestingpoort van het fameuze Slot Loevestein, zijn we naar het “Brakelbastion” gelopen. Op dit bastion staan een kanon en twee musketten op een standaard. Uiteraard kan daar mee geschoten worden. Niet omdat het zo’n vrijgevochten, anarchistische bende is maar omdat het digitale tijdperk met interactieve attracties, ook de weg naar Loevestein heeft gevonden. Nadat we tot ergernis van Boaz, geruime tijd piekeniers, de cavalarie en de artillerie hadden bestookt, zijn we verder gewandeld over de vestingwallen.
Hier en daar liggen oude grafstenen op de wallen waar o.a. een slotvoogd en de commandant van een legeronderdeel liggen begraven. Om een beeld te scheppen, één dateert van 1822 en is dus behoorlijk op leeftijd. Alleen heb ik me verkeken op het bevattingsvermogen van de kleine kapitein want de termen dood en begraven, hebben hem de rest van de dag behoorlijk bezig gehouden. Wandelend tussen de schapen werd tussentijds gemeld dat het tijd werd om te eten en daar was geen woord van gelogen.
Zittend op een bankje voor de taveerne, werd de lunch, een biologisch appelgebakje en een kaasbroodje, genuttigd. Nog wat drinken completeerde de lunch en toen vond de kleine kapitein het tijd om de vestingpoort met een bezoek te vereren. Alzo geschiedde! Aangezien Guus door de aanwakkerende wind en het ontbreken van een aangenaam zonnetje, flink kippenvel op zijn armen had staan, vond ik het tijd om de aftocht te blazen. Ook Boaz had al laten merken, dat hij het een beetje zat werd en Loevestein werd gedag gezwaaid. Opnieuw werden de paarden en koeien aan een kritische blik onderworpen waarbij geen ruimte was voor aandacht aan de buizerd en de lepelaars. Maar ja, je zult maar drie jaar zijn en zo’n stortvloed van informatie en indrukken over je heen krijgen.
De vraag of de kleine kapitein, zin had in een boottochtje, leverde grote verbaasde ogen op en dus togen we richting het Brakelse veer. Op weg daar naar toe wist Guus te vertellen dat we daar niet hadden gereden toen we naar het kasteel toe gingen! Hij was dus duidelijk bij de les en ondanks het tijdstip had hij nog geen last van slaap c.q. wegtrekkers.
Toen we aan de Brakelse zijde van de Waal stonden te wachten op de pont, vroeg Guus zich toch serieus af, hoe we nou de auto op de boot moesten krijgen en je hoorde het kraken bij hem! Met een kraan, opa! Probleem opgelost en de blik in zijn ogen, toen we de pont opreden was dan ook goud waard, heerlijk! Aan boord van de pont bleek een automaat te staan waaruit frisdrank, koek, chips en snoep te verkrijgen was en Guus was bijzonder resoluut, toen ik hem vroeg, wat hij graag lustte. M & M’s, die gele! Toen we samen aan dek van de pont liepen, passeerde ons een binnenvaartschip met de naam “Elise” en de plaatsnaam "Papendrecht", achterop. Mijn gedachten dwaalden even af om mij eraan te herinneren, dat ik een bofbips ben. Goede bekenden weten wat ik hier bedoel.
Vanaf de pont reden we over de dijk richting Gorinchem en we stopten op de parkeerplaats waar je Slot Loevestein aan de overzijde van de rivier ziet liggen. Guus begon direct te vertellen over de dode baas van het kasteel, die “dood begraven” was onder een hele zware steen en over het schieten. Toen ik hem vertelde dat er achter de bomen, die we zagen, nog een fort lag, wilde hij direct aanmarcheren en alzo geschiedde opnieuw, op deze bijzondere dag. De koffie, de fristi en de boterhammen met oude kaas, smaakten prima maar Guus had liever andere kaas gehad en geen oude. Gelukkig was Hein er ook, op het terras van Fort Vuren en Hein heeft Guus flink bezig gehouden (of andersom, dat kan ook). Hein was een hele jonge, Engelse buldog pup, die voor niets of voor niemand bang was, dus ook niet voor Boaz. Guus heeft de bazin van Hein, op zijn beurt weer bezig gehouden en na het spelen, puzzelen en stoeien met de honden, werd het echt tijd om huiswaarts te gaan. Boaz stond op instorten, Guus keek lodderig uit zijn ogen en opa deed beiden.
Op weg naar huis vroeg ik de kleine kapitein of hij het misschien gezellig vond om samen met papa en mama bij de Mac Donalds, te gaan eten. Dat vond hij geweldig mits we maar bij de glijbaan gingen eten. Was het vroeger de ballenbak, is het tegenwoordig dus de glijbaan. Waarschijnlijk iets hygiënischer maar vette hap en wild spelen, passen in mijn visie nog steeds niet bij elkaar omdat kotsen dan vaker een zekerheidje wordt. Dat bleek vandaag gelukkig mee te vallen.
Thuisgekomen is Boaz onmiddellijk in de zon gaan liggen slapen, Guus gaan voetballen (hij had in de auto tenslotte wel 10 minuten geslapen!) en heb ik een kouwe klets genomen. Verbaasd dat Guus nog zo fit was omdat hij normaal ruim 2 uur slaapt na de lunch en nu dus helemaal niet, keek ik de actieve kleine man eens aan. Hij was echt zo zwart als de kachel (heb je tegenwoordig nog zwarte kachels?) en verdiende een sopje. Guus gaat graag in bad en dat leverde dus ook geen problemen op.
Omdat opa ook nog even gedoucht had zaten we spik en span op de bank, op papa en mama te wachten. Het duurde even voor de kleine kapitein zijn verhaal kon doen aan paps en mams en eenmaal bij de Mac was hij blij om naar de glijbaan te gaan om te ontsnappen aan allerlei lastige vragen.
Mocht ik deze dag nog eens meemaken met het prinsesje wat onderweg is, moet ik vermoedelijk, het programma “iets” aanpassen want ik begin echt oud te worden. Vandaag kraakt mijn hele lichaam bij elke stap en voel ik spieren waarvan ik het bestaan niet eens kende. Ik moet eerlijk bekennen dat ik een geweldige dag heb gehad en dat ik mij enorm bevoorrecht voel. Dit pikt niemand mij meer af!!!



Heerlijk om te lezen
BeantwoordenVerwijderenDat is pas genieten en ik hoop dat jullie dat nog vele malen kunnen gaan doen!
BeantwoordenVerwijderen