Panneçot, 20-05-2025, 20.15 u.
Alles went, zeggen ze.
Zoals ik gisteren
schreef, is het hier echt stil. De hond lult niet terug al klets ik de oren van
haar kop. Maar de stilte zorgt ook voor momenten, die je niet kunt bedenken,
maar goed kijken en luisteren, loont hier zeker de moeite, zo bleek vandaag.
Voor de
boodschappen in de buurtsuper, moet ik hier al snel een kilometer of 10 rijden,
door stil, groen en heuvelachtig land met smalle wegen. Daar kun je natuurlijk
doorheen rossen zonder acht op de omgeving te slaan maar dat heb ik niet gedaan.
Alle tijd dus waarom hard rijden?
Als ik terugrijd
naar ons vakantieadres, gaat de laatste paar kilometer ogenschijnlijk naar het
einde van de wereld en dat laatste stuk is een voorproefje. Electra wordt hier
nog aangevoerd middels bovengrondse kabels, die van mast naar mast gaan en
waarom zou je die masten 6 meter hoog maken als 3 of 4 meter voldoende is.
Op één van deze
masten zat een nagenoeg witte buizerd, rustig zijn lunch te verorberen waarvan
niet meer herkenbaar was, wat voor een dier het bij leven ooit was geweest. Nee,
helaas geen foto, ik had nl diepgevroren spullen in de auto. Nog geen 300
meter verderop, dacht ik even aan gezichtsbedrog te lijden, toen ik een hop
meende te zien. Nou zeggen, de meesten misschien: “Wat is een hop?”. Een hop is
een, in Nederland, vrij zeldzame vogel met een scherpe zwart-wit tekening op
zijn vleugels en hij heeft een karakteristieke kam op zijn kop. Ook hier helaas
geen foto, de hop wenste niet te wachten op opa Jan. Overigens zijn de “vogelfoto’s”
gewoon van internet geplukt.
Na het avondeten,
ben ik al wandelend, even uit gaan buiken met de hond. Al een paar keer dacht
ik ree-keutels gezien te hebben, maar dat geloof ik pas als ik ze gezien heb. Op
het moment dat ik een koekoek hoorde roepen, zag ik plotseling een reebok door
het hoge gras springen, om te stoppen bij een groene heg waar hij rustig van
begon te eten. Daar heb ik dan wel een foto van maar de bok is nauwelijks
herkenbaar door de afstand.
Bij terugkomst “thuis”
werden we aangestaard door zo’n 25 jonge, blonde stieren. Het leek bijna op een
warm welkom van die wandelende biefstukken. Koeien zijn en blijven nieuwsgierig
maar dat zijn jonge hondjes ook, maar dit 6 maanden oude beessie, bleef keurig
naast me, op commando. Dat heeft Boaz onder dergelijke omstandigheden nooit voor
elkaar gekregen, die denderde dwars door het prikkeldraad of erover om eens te
gaan kijken, wat dat nou weer voor beesten waren, commando of geen commando,
gaan met die banaan!
Het begint er op
te lijken, dat ik langzaam en heel af en toe, een beetje aan de stilte begin te
wennen en dat mag verrassend heten.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten