dinsdag 14 augustus 2018



Maandag, 13-08-2018, 16.00 u.


Alles behalve een “gewone” maandag.


Mijn nageslacht zit op de bank en volgt de avonturen van clown Bumba op tv. Vermoedelijk wil hij hier over 10 jaar niet eens meer aan herinnerd worden maar nu is hij bijna in trance, aan het kijken.

De maandag begon wat mij betreft veel te vroeg maar dat hoort erbij als je op het mooiste kereltje past. Om tien over zeven stond hij op de stoep, samen met Mama, hobbelde hij naar binnen waarbij de eerste vraag (zoals gewoonlijk) luidde, waar Boaz was. Het antwoord gaf hij zelf al want Boaz liep, zoals te doen gebruikelijk bij redelijk tot goed weer, buiten.

Alle rituelen werden afgewikkeld, het kroelen en gedag kussen van Mama, het uitzwaaien vanaf het keukenbalkon en de kushandjes tot hij haar niet meer kan zien. Ondertussen staat zijn kwek niet stil en lult hij de oren van m’n kop. Mak aan, kleine kletsmajoor, het is nog niet eens half acht en ik moet al serieus antwoord gaan geven op lastige vragen waarover ik na moet denken. Toet, toet!

De kleine kapitein meldt dat hij op het aanrecht, erbij wil zitten als ik de boterhammen smeer. Natuurlijk mag dat, waarom niet, hij is tenslotte bij Opa en onder voorbehoud, mag daar best veel…..toch?

Zittend op het aanrecht, worden de nodige commentaren gegeven op, voor Guus, opvallende zaken. Er valt een korte stilte als ik de boterhammen met pindakaas sta te smeren en vervolgens laat Guus weten, welk bord met boterhammen voor hem is. Het is hem niet ontgaan dat er nogal wat boterhammen bij zijn, die meer gat als boterham vertonen. Guus laat zich niet met een kluitje in het boterhammenbos sturen en kiest het bord met de meest volwassen boterhammen.

Als ik Guus laat weten, dat die boterhammen inderdaad voor hem zijn, wordt het heel even stil en vervolgens zegt Guus met volle overtuiging: “Ik vind jou lief!”. Zo dan, dat zijn gewenste intimiteiten op de vroege maandagmorgen waar ik nog even niet op gerekend had. Dat hij gedurende de dag, nog een keer of vijf meld dat hij me lief vindt, maakt het maandaggeluk alleen maar groter en mijn grijns steeds breder.

Maar een lichaam waar iets in gaat, moet op een zeker moment ook iets uit! “Ik moet poepen!” : klinkt het luid en duidelijk, terwijl hij met samengeknepen billen, aan komt huppen. Zodra ik mijnheertje op de pot heb geholpen, meldt hij met overtuiging dat ik weg moet gaan en dat hij wel roept als hij klaar is! Ja, baas.

Ik wacht het commando voor hulp af maar dat laat enige tijd op zich wachten en ik realiseer mij, dat sommige dingen, ook de duur van een grote boodschap, genetisch bepaald blijken te zijn. Als het commando uiteindelijk komt, help ik de kleine kapitein met de grote schoonmaak en trek hem zijn onderbroek weer aan. Even onverwacht als zelfverzekerd, laat Guus weten, dat het “kaartje” (label) van de onderbroek, bij zijn billen moet. Het mag duidelijk zijn, dat ik alweer vroeg met buikpijn van het toilet af kwam en niet omdat ik zo nodig moest.

Na het uitlaten van Boaz, is het tijd geworden voor het zwarte goud en Guus komt aanlopen met een bloempotje, dat bij hem in gebruik is en laat weten, dat er koffie voor me in zit. De koffie is niet heet, nee, zelfs niet warm, laat Guus weten. En, er zit dit keer geen “zaadje” in!!!

Het heeft enige tijd geduurd voor ik wist wat hij bedoelde maar duidelijkheid werd verschaft door het ouderlijk gezag van Guus. Zij lieten weten dat hij, toen ik al een “bakkie of vijf” had afgeslagen tijdens de “Opa-oppas-dagen”, dat het “zaadje” een zoetje is. Tja, welke Opa drinkt er dan ook koffie met een zaadje, zeker als die koffie steenkoud is!

Gedurende de maandag hebben Guus en ik, een ketting voor de binnenkort jarige Papa gemaakt en een armband voor Mama. Die is wel niet jarig maar om te voorkomen dat we met een huilende Mama zouden zitten, hebben we besloten om ook voor haar wat te maken. Met gekleurde rietjes die je in stukken c.q. stukjes knipt en een fleurig stukje draad, kom je tot verrassende resultaten!

Motorisch blijkt er weinig mis met m’n oogappeltje want het gaat hem aardig af om een draad door de rietjes heen te rijgen. Op een zeker moment volgde bij elke geslaagde poging: “Heb ik geregeld.” Op het moment dat deze melding opnieuw kwam en Guus, draad en rietjes liet vallen waardoor zijn noeste arbeid, teniet werd gedaan, klonk een triest: “Oh nee, heb ik toch niet geregeld.”

Klap op de vuurpijl was vandaag, zijn kameraadschap met Boaz. Toen Boaz bibberend van angst boven kwam, het onweer doet wat met een hond, heeft Guus zich op Boaz “geworpen” om hem te troosten. Kroelend en knuffelend heeft Guus zijn stinkende best gedaan om de trillende Boaz gerust te stellen. Goed bezig, kleine vriend, het was opnieuw een bijzonder waardevolle maandag en het was me weer een genoegen. Tot volgende week als je 3 bent!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten