Maandag, 13-08-2018, 16.00 u.
Alles behalve een
“gewone” maandag.
Mijn nageslacht
zit op de bank en volgt de avonturen van clown Bumba op tv. Vermoedelijk wil
hij hier over 10 jaar niet eens meer aan herinnerd worden maar nu is hij bijna
in trance, aan het kijken.
De maandag begon
wat mij betreft veel te vroeg maar dat hoort erbij als je op het mooiste
kereltje past. Om tien over zeven stond hij op de stoep, samen met Mama,
hobbelde hij naar binnen waarbij de eerste vraag (zoals gewoonlijk) luidde,
waar Boaz was. Het antwoord gaf hij zelf al want Boaz liep, zoals te doen
gebruikelijk bij redelijk tot goed weer, buiten.
Alle rituelen
werden afgewikkeld, het kroelen en gedag kussen van Mama, het uitzwaaien vanaf
het keukenbalkon en de kushandjes tot hij haar niet meer kan zien. Ondertussen
staat zijn kwek niet stil en lult hij de oren van m’n kop. Mak aan, kleine
kletsmajoor, het is nog niet eens half acht en ik moet al serieus antwoord gaan
geven op lastige vragen waarover ik na moet denken. Toet, toet!
De kleine
kapitein meldt dat hij op het aanrecht, erbij wil zitten als ik de boterhammen
smeer. Natuurlijk mag dat, waarom niet, hij is tenslotte bij Opa en onder
voorbehoud, mag daar best veel…..toch?
Zittend op het
aanrecht, worden de nodige commentaren gegeven op, voor Guus, opvallende zaken.
Er valt een korte stilte als ik de boterhammen met pindakaas sta te smeren en
vervolgens laat Guus weten, welk bord met boterhammen voor hem is. Het is hem
niet ontgaan dat er nogal wat boterhammen bij zijn, die meer gat als boterham
vertonen. Guus laat zich niet met een kluitje in het boterhammenbos sturen en
kiest het bord met de meest volwassen boterhammen.
Als ik Guus laat
weten, dat die boterhammen inderdaad voor hem zijn, wordt het heel even stil en
vervolgens zegt Guus met volle overtuiging: “Ik vind jou lief!”. Zo dan, dat
zijn gewenste intimiteiten op de vroege maandagmorgen waar ik nog even niet op
gerekend had. Dat hij gedurende de dag, nog een keer of vijf meld dat hij me
lief vindt, maakt het maandaggeluk alleen maar groter en mijn grijns steeds
breder.
Maar een lichaam
waar iets in gaat, moet op een zeker moment ook iets uit! “Ik moet poepen!” :
klinkt het luid en duidelijk, terwijl hij met samengeknepen billen, aan komt
huppen. Zodra ik mijnheertje op de pot heb geholpen, meldt hij met overtuiging
dat ik weg moet gaan en dat hij wel roept als hij klaar is! Ja, baas.
Ik wacht het
commando voor hulp af maar dat laat enige tijd op zich wachten en ik realiseer
mij, dat sommige dingen, ook de duur van een grote boodschap, genetisch bepaald
blijken te zijn. Als het commando uiteindelijk komt, help ik de kleine kapitein
met de grote schoonmaak en trek hem zijn onderbroek weer aan. Even onverwacht
als zelfverzekerd, laat Guus weten, dat het “kaartje” (label) van de
onderbroek, bij zijn billen moet. Het mag duidelijk zijn, dat ik alweer vroeg
met buikpijn van het toilet af kwam en niet omdat ik zo nodig moest.
Na het uitlaten
van Boaz, is het tijd geworden voor het zwarte goud en Guus komt aanlopen met
een bloempotje, dat bij hem in gebruik is en laat weten, dat er koffie voor me
in zit. De koffie is niet heet, nee, zelfs niet warm, laat Guus weten. En, er
zit dit keer geen “zaadje” in!!!
Het heeft enige
tijd geduurd voor ik wist wat hij bedoelde maar duidelijkheid werd verschaft
door het ouderlijk gezag van Guus. Zij lieten weten dat hij, toen ik al een
“bakkie of vijf” had afgeslagen tijdens de “Opa-oppas-dagen”, dat het “zaadje”
een zoetje is. Tja, welke Opa drinkt er dan ook koffie met een zaadje, zeker
als die koffie steenkoud is!
Gedurende de
maandag hebben Guus en ik, een ketting voor de binnenkort jarige Papa gemaakt
en een armband voor Mama. Die is wel niet jarig maar om te voorkomen dat we met
een huilende Mama zouden zitten, hebben we besloten om ook voor haar wat te
maken. Met gekleurde rietjes die je in stukken c.q. stukjes knipt en een
fleurig stukje draad, kom je tot verrassende resultaten!
Motorisch blijkt
er weinig mis met m’n oogappeltje want het gaat hem aardig af om een draad door
de rietjes heen te rijgen. Op een zeker moment volgde bij elke geslaagde
poging: “Heb ik geregeld.” Op het moment dat deze melding opnieuw kwam en Guus,
draad en rietjes liet vallen waardoor zijn noeste arbeid, teniet werd gedaan,
klonk een triest: “Oh nee, heb ik toch niet geregeld.”
Klap op de
vuurpijl was vandaag, zijn kameraadschap met Boaz. Toen Boaz bibberend van
angst boven kwam, het onweer doet wat met een hond, heeft Guus zich op Boaz
“geworpen” om hem te troosten. Kroelend en knuffelend heeft Guus zijn stinkende
best gedaan om de trillende Boaz gerust te stellen. Goed bezig, kleine vriend,
het was opnieuw een bijzonder waardevolle maandag en het was me weer een
genoegen. Tot volgende week als je 3 bent!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten