Maandag 14-01-2019, 13.30 u.
Wortelschudden.
Tja, een
opa-oppas-maandag zonder lachwaardige incidenten is eigenlijk ondenkbaar, dus
ook vandaag was het alweer vroeg raak. De boterhammen lagen bij wijze van
spreken, nog op de achterzijde van de tong, klaar om achter de huig te
verdwijnen, richting slokdarm en maag, toen Guus met een grote
(kunststof)wortel op een bord, aan kwam zetten. De boodschap was duidelijk.
Opeten want daar wordt je groot van!
Mijn
tegenwerping over het net genoten ontbijt, geen trek en nog een serie andere
excuses, vond geen gehoor bij de nieuwe generatie en dooreten, was de
boodschap. Aangezien tegenspreken weinig zinvol is bij de kleine kapitein, vroeg
ik of hij even koffie voor mij wilde zetten, in zijn eigen keuken. Dit om de
wortel wat makkelijker “weg te krijgen”. Guus toog onmiddellijk naar zijn
kook-heiligdom om de gevraagde koffie te halen en dat moment gebruikte ik om de
knaloranje, plastic wortel, te “verorberen, dat wil zeggen, buiten het zicht
van Guus te verbergen.
Bij terugkomst
was Guus verrast, dat de wortel al als sub-ontbijt had gediend en hij vroeg
waar de wortel was. Hij is niet gek en begrijpt deksel goed dat het kreng niet
eetbaar is. Toen ik hem doodleuk vertelde, dat de wortel in mijn omvangrijke
voorzijde was verdwenen, keek hij me ongelovig aan en “scande” de omgeving om
de wortel te traceren. Jammer kleine vriend, opa had hem echt goed opgeborgen
en hield dus vol, dat het oranje mormel verslonden was.
In plaats van
stilvallen, keek de kleine kapitein me aan en eiste gedecideerd, dat ik de
wortel maar uit moest poepen! Mijn excuus, dat het onmogelijk was, zo kort na
het eten van zo’n grote wortel, werd theatraal weggewuifd en het “kakbevel”
werd herhaald want hij wilde zijn wortel terug. Zijn ogen spraken boekdelen en
spoten bijna vuur van overtuiging enerzijds en ongeloof anderzijds. Je kon hem
bijna horen denken, dat het onmogelijk was dat Opa, de wortel opgegeten had
maar hij moest en zou, de wortel terug hebben. Goedschiks of kwaadschiks,
maakte hem niet uit.
Ik probeerde het
nog een keer door te zeggen, dat het altijd even duurt voor een mensenlichaam
de gegeten eetwaren, eruit kakt maar dat interesseerde hem maar matig, de klus moest
direct geklaard worden. Vervolgens greep hij me bij arm en been en schudde me
heftig heen en weer met alles wat in zijn kleine lijfje zat. Op mijn vraag wat
hij aan het doen was, riep hij, al schuddend en bijna boos, dat hij de wortel
er uit probeerde te schudden want die wilde hij terug. Ik vond ‘m geniaal en
rolde haast van mijn stoel door het lachen, wortelschudden dus, niet meer en
niet minder!
Een half uurtje
later werd het de hoogste tijd om Boaz uit te gaan laten want die had vanmorgen
om half zeven geen zin om naar buiten te gaan terwijl hij toen toch al een
uurtje of twaalf tussen de klamme lappen lag. Terwijl ik bezig was om de
spullen bij elkaar te zoeken, wist Guus te melden dat er “wat” in de bench van
Boaz lag! Bij inspectie bleek Boaz inderdaad in zijn bench te hebben gespuugd
en ik zag dat er een groot stuk bot tussen zwom. Toen ik gisteren nog een
handjevol visite in huis had, in verband met mijn verjaardag, hoorde ik dat
Boaz lag te knagen op een flink stuk bot, wat hij van een hele grote kluif had
afgebeten. Op het moment dat ik naar hem toe liep om het uit zijn bek te halen,
slikte hij het snel door omdat hij wist wat er ging komen. Overigens was Guus
hier getuige van.
Bij het opruimen
van de viezigheid in de bench, stond de kleine kapitein er met zijn neus
bovenop om maar niets te missen van de operatie. Omdat ik dacht, dat ik een
punt had, met de wortel nog in mijn achterhoofd, vertelde ik Guus, dat hij nu
kon zien hoe lang het stuk bot onderweg was geweest, voor het er uit was
gekomen. Waar ik gehoopt had op enig begrip, werd ik weer eens met beide benen
op de grond gezet. De kleine terrorist wreef er vervolgens heel fijntjes in,
dat Boaz ook niet zo’n grote buik had waardoor het langer duurde! Dank je Guus,
ik houd ook van jou kleine vriend.
Twee uur later
lag hij huilend in mijn armen omdat hij zo’n pijn in zijn buik had. Hij wilde
zijn Mama, zoals alle kleine kinderen onder dergelijke omstandigheden. Ik
vertelde hem dat zijn moeder aan het werk was en dat hij het met mij moest doen
waarbij ik mijn hand op zijn pijnlijke buik plaatste en hem geruststelde. “Maar
je kunt Mama toch bellen?”: kwam er toen heel zielig uit en je maag krimpt als
je dat kleine piepstemmetje zo hoort. Heel stoer, hield ik vol, dat ik de
buikpijn wel even weg zou nemen en binnen tien minuten, was de spanning uit het
witte gezichtje, werd mijn hand echt warm en meldde Guus, dat de buikpijn bijna
weg was. Zo blijkt maar weer, dat ook
mannen eigenschappen hebben, die vaker uitsluitend aan moeders worden toegedicht.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten