In een eerder stadium heb ik mogelijk mijn grootvader en tevens
naamgenoot, wel eens aangehaald. De beste man kon altijd smakelijk, zo niet heel
smakelijk vertellen en zijn fantasie was eindeloos. Vermoedelijk is de
beeldvorming bij de fantasie, genetisch bepaald want ook ik bezit deze in ruime
mate, zowel de fantasie als het beeld bij de fantasie.
Zo kwam ik pas laat tot de ontdekking, dat opa ook korte
verhalen schreef, die door zijn fantasie werden gevoed en vaker zelfs een stukje
waarheid bleken te bevatten. Die opa! Niet alleen wereldreiziger maar ook
auteur. Opa was al ruim in de 80 toen ik vergeelde velletjes papier onder ogen
kreeg, waar met potlood verhalen op waren geschreven. Helaas zijn deze velletjes
verdwenen en dus ook de verhalen. Zonde!
Nou is één van deze verhalen blijven hangen bij mij omdat
het een verhaal was over twee bandieten, zogenaamde “vagabundo’s” althans zo
noemde opa ze. Opa gebruikte deze term ook wel eens voor zijn
achterkleinkinderen en gaf daar uitleg bij. Met een mimiek die altijd bijblijft
vertelde hij dat een “vagabundo”, het Braziliaanse (Portugese) woord was voor
vagebond en zoveel betekende als “bandiet”. Dan kwamen ook zijn verhalen los
uit het verre Brazilië als hij op zijn praatstoel zat. De kleinkinderen konden
zich dan onmiddellijk als echte boefjes in een ver land wanen.
Terugkomend op het geschreven verhaal van opa wat eigenlijk
een heel moralistisch epos was, is het volgende blijven hangen. Twee
vagabundo’s, zouden hun (criminele) slag hebben geslagen en wilden hun rijke
buit verbergen. Met al hun onrechtmatig verworven rijkdommen, togen de
vagabundo’s naar de Braziliaanse bush, om de buit te verbergen. De twee reisden
via een gevaarlijke en bijna onbegaanbare route door de rimboe, naar een plaats
die ze van te voor hadden uitgezocht. De locatie waar de buit verstopt moest
worden, was met zorg uitgezocht zodat niemand aan de buit van de vagabundo’s kon
komen. Onbegaanbaar pad, giftige slangen, dodelijke insecten en gevaarlijke
roofdieren trotseerden de twee. Anderhalve dag later kwamen de twee aan op de
uitgezochte plaats en begonnen te graven. De buitgemaakte kostbaarheden moesten
begraven worden, zodat niemand er aan kon komen.
Dat de vagabundo’s echt geen brave jongens waren, bleek wel
uit hun ongure koppen en gewelddadige praktijken. Opa omschreef dit allemaal
met veel franje omdat de mannen vooral het kwaad moesten uitbeelden, in zijn
verhaal. De rijke kostbaarheden die ze zich hadden toegeëigend, staan voor het
kapitalisme c.q. materialisme maar dat mag duidelijk zijn en de hoeveelheid
stond vermoedelijk weer voor de menselijke hebzucht. Was het niet Ghandi die
zei: “Er is voldoende om in ieders behoefte te voorzien maar er zal nooit
voldoende zijn om aan ieders hebzucht te voldoen!”, althans woorden van
soortgelijke strekking.
De gewapende vagabundo’s hadden na geruime tijd graven, voldoende ruimte gemaakt om alle kostbare spulletjes te verstoppen. Maar
omdat het echte bandieten, echte schoften, waren, was er inmiddels één op de
gedachte gekomen, dat hij veel beter alleen voor al die mooie waardevolle
spullen kon zorgen. Hij trok zijn revolver (opa had het nooit over pistolen
maar altijd over “revolleveurs”) en schoot de andere vagabundo hemelen. Deze
kukelde natuurlijk in het vers gegraven gat, boven op de rijkdommen, die er al in
waren gezet. Kikdood, niet meer en niet minder en dus kon de andere bandiet
alleen over de schat beschikken en een luxueus en rijk leventje gaan leiden.
Kaassie! Geweldig zo’n hebzuchtig mens die het kwaad vertegenwoordigt, in een al
of niet onbedoeld "verhaal met een moraal."
Indien het verhaal geëindigd zou zijn op het punt als
hiervoor omschreven, was het allemaal wel erg voorspelbaar geworden. Er kwam dus
nog een stukje verhaal achteraan. Terwijl de schietgrage vagabundo op de rand
van de graf c.q. schatkuil staat te kijken naar zijn werk, nadert er gevaar
vanuit een onverwachte hoek. In zijn bezwete nek is namelijk een uitermate
giftig insect gaan zitten en op het ogenblik dat de moordenaar het insect plat
slaat, steekt het in zijn hals en spuit een dodelijke hoeveelheid gif in de
bandiet. Binnen luttele seconden begint het gif te werken en even later stort
ook de tweede bandiet, dodelijk verwond in de kuil. Einde verhaal en het recht
heeft (bijna) gezegevierd.
Moraal zou kunnen zijn dat het kapitalisme zijn ondergang
vindt in ordinaire materialistische hebzucht. De machten ten oosten en ten
westen van het IJzeren Gordijn staan mogelijk voor het goed en het kwaad,
hetgeen toch wel te herleiden is gezien de aard van de bedenker van het
verhaal.
Nou heeft de fantasie van deze schrijver wel bedacht dat de
laatste bandiet eigenlijk een shirt aan had moeten hebben met de kreet “CIA
!!!” en het dodelijke insect zou het aardig doen met een spandoek “KGB,
Moedertje Rusland.”. Met andere woorden, het zou wat duidelijker geweest zijn dat
ondanks de fantasie, het goede van het kwade moest winnen. Afgezien hoe een
ieder erover denkt, opa heeft in dit geval het “goede” op beeldende wijze het
“kwade” laten overwinnen. Subliem bedacht voor een ijzerwerker, baggeraar,
boerenknecht, enz. met gouden handjes en dito ideeën.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten