zaterdag 3 maart 2018


In een eerder stadium heb ik mogelijk mijn grootvader en tevens naamgenoot, wel eens aangehaald. De beste man kon altijd smakelijk, zo niet heel smakelijk vertellen en zijn fantasie was eindeloos. Vermoedelijk is de beeldvorming bij de fantasie, genetisch bepaald want ook ik bezit deze in ruime mate, zowel de fantasie als het beeld bij de fantasie.

Zo kwam ik pas laat tot de ontdekking, dat opa ook korte verhalen schreef, die door zijn fantasie werden gevoed en vaker zelfs een stukje waarheid bleken te bevatten. Die opa! Niet alleen wereldreiziger maar ook auteur. Opa was al ruim in de 80 toen ik vergeelde velletjes papier onder ogen kreeg, waar met potlood verhalen op waren geschreven. Helaas zijn deze velletjes verdwenen en dus ook de verhalen. Zonde!

Nou is één van deze verhalen blijven hangen bij mij omdat het een verhaal was over twee bandieten, zogenaamde “vagabundo’s” althans zo noemde opa ze. Opa gebruikte deze term ook wel eens voor zijn achterkleinkinderen en gaf daar uitleg bij. Met een mimiek die altijd bijblijft vertelde hij dat een “vagabundo”, het Braziliaanse (Portugese) woord was voor vagebond en zoveel betekende als “bandiet”. Dan kwamen ook zijn verhalen los uit het verre Brazilië als hij op zijn praatstoel zat. De kleinkinderen konden zich dan onmiddellijk als echte boefjes in een ver land wanen.

Terugkomend op het geschreven verhaal van opa wat eigenlijk een heel moralistisch epos was, is het volgende blijven hangen. Twee vagabundo’s, zouden hun (criminele) slag hebben geslagen en wilden hun rijke buit verbergen. Met al hun onrechtmatig verworven rijkdommen, togen de vagabundo’s naar de Braziliaanse bush, om de buit te verbergen. De twee reisden via een gevaarlijke en bijna onbegaanbare route door de rimboe, naar een plaats die ze van te voor hadden uitgezocht. De locatie waar de buit verstopt moest worden, was met zorg uitgezocht zodat niemand aan de buit van de vagabundo’s kon komen. Onbegaanbaar pad, giftige slangen, dodelijke insecten en gevaarlijke roofdieren trotseerden de twee. Anderhalve dag later kwamen de twee aan op de uitgezochte plaats en begonnen te graven. De buitgemaakte kostbaarheden moesten begraven worden, zodat niemand er aan kon komen.

Dat de vagabundo’s echt geen brave jongens waren, bleek wel uit hun ongure koppen en gewelddadige praktijken. Opa omschreef dit allemaal met veel franje omdat de mannen vooral het kwaad moesten uitbeelden, in zijn verhaal. De rijke kostbaarheden die ze zich hadden toegeëigend, staan voor het kapitalisme c.q. materialisme maar dat mag duidelijk zijn en de hoeveelheid stond vermoedelijk weer voor de menselijke hebzucht. Was het niet Ghandi die zei: “Er is voldoende om in ieders behoefte te voorzien maar er zal nooit voldoende zijn om aan ieders hebzucht te voldoen!”, althans woorden van soortgelijke strekking.

De gewapende vagabundo’s hadden na geruime tijd graven, voldoende ruimte gemaakt om alle kostbare spulletjes te verstoppen. Maar omdat het echte bandieten, echte schoften, waren, was er inmiddels één op de gedachte gekomen, dat hij veel beter alleen voor al die mooie waardevolle spullen kon zorgen. Hij trok zijn revolver (opa had het nooit over pistolen maar altijd over “revolleveurs”) en schoot de andere vagabundo hemelen. Deze kukelde natuurlijk in het vers gegraven gat, boven op de rijkdommen, die er al in waren gezet. Kikdood, niet meer en niet minder en dus kon de andere bandiet alleen over de schat beschikken en een luxueus en rijk leventje gaan leiden. Kaassie! Geweldig zo’n hebzuchtig mens die het kwaad vertegenwoordigt, in een al of niet onbedoeld "verhaal met een moraal."

Indien het verhaal geëindigd zou zijn op het punt als hiervoor omschreven, was het allemaal wel erg voorspelbaar geworden. Er kwam dus nog een stukje verhaal achteraan. Terwijl de schietgrage vagabundo op de rand van de graf c.q. schatkuil staat te kijken naar zijn werk, nadert er gevaar vanuit een onverwachte hoek. In zijn bezwete nek is namelijk een uitermate giftig insect gaan zitten en op het ogenblik dat de moordenaar het insect plat slaat, steekt het in zijn hals en spuit een dodelijke hoeveelheid gif in de bandiet. Binnen luttele seconden begint het gif te werken en even later stort ook de tweede bandiet, dodelijk verwond in de kuil. Einde verhaal en het recht heeft (bijna) gezegevierd.

Moraal zou kunnen zijn dat het kapitalisme zijn ondergang vindt in ordinaire materialistische hebzucht. De machten ten oosten en ten westen van het IJzeren Gordijn staan mogelijk voor het goed en het kwaad, hetgeen toch wel te herleiden is gezien de aard van de bedenker van het verhaal.

Nou heeft de fantasie van deze schrijver wel bedacht dat de laatste bandiet eigenlijk een shirt aan had moeten hebben met de kreet “CIA !!!” en het dodelijke insect zou het aardig doen met een spandoek “KGB, Moedertje Rusland.”. Met andere woorden,  het zou wat duidelijker geweest zijn dat ondanks de fantasie, het goede van het kwade moest winnen. Afgezien hoe een ieder erover denkt, opa heeft in dit geval het “goede” op beeldende wijze het “kwade” laten overwinnen. Subliem bedacht voor een ijzerwerker, baggeraar, boerenknecht, enz. met gouden handjes en dito ideeën.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten